Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €40,00 naar €34,00, verandert de weekafzet van 1200 naar 1560. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product heeft een constante prijselasticiteit van −1,2, dus Q = A·P^−1,2. Bij een prijs van €20 worden 10 000 stuks verkocht. Hoeveel stuks Q worden er verkocht bij een prijs van €15,00?
Een bedrijf heeft €1 miljoen uitgegeven aan onderzoek voor een product dat nu onrendabel lijkt. Bij de beslissing om door te gaan moet die €1 miljoen:
Een monopolist maximaliseert zijn winst waar:
Antwoord: E = −1,609
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: Q = 14123 stuks
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: A · Worden genegeerd, omdat het verzonken kosten zijn
Verzonken kosten kunnen niet worden teruggewonnen en veranderen niet met de beslissing, dus rationele keuzes vergelijken alleen toekomstige kosten en baten.
Antwoord: B · De marginale opbrengst gelijk is aan de marginale kosten
De winst is maximaal bij MO = MK. Voor een monopolist ligt de prijs boven de MO, dus P > MK, wat een welvaartsverlies oplevert.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics