Numerieke methoden: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 8 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Numerieke methoden

Bisectie
c = (a + b)/2, width after n steps (b − a)/2ⁿ
Newton–Raphson
xn+1 = xₙ − f(xₙ)/f′(xₙ)
Lineaire interpolatie
y = y₁ + (y₂ − y₁)(x − x₁)/(x₂ − x₁)
Trapeziumregel
T = (h/2)[f₀ + 2f₁ + … + 2fn−1 + fₙ], h = (b − a)/n
Regel van Simpson (n even)
S = (h/3)[f₀ + 4f₁ + 2f₂ + … + 4fn−1 + fₙ]
Foutgrens trapeziumregel
|E| ≤ (b − a)h²M/12, M = max|f″|
Euler
yn+1 = yₙ + h·f(tₙ, yₙ)
Heun
yn+1 = yₙ + (h/2)(k₁ + k₂), k₂ = f(tₙ + h, yₙ + hk₁)
RK4
yn+1 = yₙ + (h/6)(k₁ + 2k₂ + 2k₃ + k₄)

Methode

  1. Controleer voor een nulpunt de tekenwisseling bij bisectie, of bereken f en f′ voor Newton, en houd zes of meer cijfers aan in een tabel van iteraties.
  2. Interpoleer voor een tabelwaarde lineair tussen de twee naburige punten.
  3. Bepaal voor een integraal h = (b − a)/n, noteer f in elk knooppunt, pas de gewichten toe (1, 2, …, 2, 1 voor trapezium; 1, 4, 2, …, 4, 1 voor Simpson met even n) en vermenigvuldig met h/2 of h/3.
  4. Zet voor een DV stappen vanaf t₀ met yₙ₊₁ = yₙ + h·f(tₙ, yₙ) (Euler) of met de gemiddelde helling (Heun), één rij per stap, tot je de gevraagde t bereikt.

Rijen & reeksen

Rekenkundige rij
aₙ = a₁ + (n − 1)d, Sₙ = n(a₁ + aₙ)/2
Meetkundige rij
aₙ = a₁rⁿ⁻¹, Sₙ = a₁(1 − rⁿ)/(1 − r)
Oneindige meetkundige reeks
S = a₁/(1 − r), |r| < 1
p-reeks
Σ1/kᵖ converges only for p > 1
Quotiëntcriterium
L = lim |ak+1/ak|: L < 1 converges, L > 1 diverges
Convergentiestraal
R = lim |ck/ck+1|
Taylorpolynoom
Pₙ(x) = Σ f⁽ᵏ⁾(a)(x − a)ᵏ/k!
Maclaurinreeks
eˣ = Σxᵏ/k!, sin x = x − x³/3! + …, cos x = 1 − x²/2! + …, ln(1 + x) = x − x²/2 + …
Lagrange-foutgrens
|Rₙ| ≤ M·|x − a|ⁿ⁺¹/(n + 1)!

Methode

  1. Bepaal het type: rekenkundig (constant verschil), meetkundig (constante reden), een standaardreeks, een machtreeks of een Taylorpolynoom.
  2. Gebruik voor sommen Sₙ = n(a₁ + aₙ)/2, Sₙ = a₁(1 − rⁿ)/(1 − r), of S = a₁/(1 − r) als |r| < 1, met a₁ de eerste term van de som.
  3. Gebruik voor convergentie eerst de test op de n-de term, vergelijk dan met Σ1/kᵖ of een meetkundige reeks, en gebruik het quotiënt- of wortelcriterium bij faculteiten en k-de machten.
  4. Noteer voor Taylorpolynomen f(a), f′(a), f″(a), …, deel de k-de afgeleide door k!, en begrens de fout met M·|x − a|ⁿ⁺¹/(n + 1)!.

Matrices & determinanten

2×2-determinant
det = ad − bc
Inverse van een 2×2-matrix
A⁻¹ = (1/det)·[d −b; −c a]
Product
(AB)ij = Σk AikBkj
Eigenwaarden
det(A − λI) = 0
Regel van Cramer
xi = det(Ai)/det(A)

Differentiaalvergelijkingen

Exponentiële groei/afname
dy/dt = ky → y = y0ekt
Halveringstijd
k = ln 2 / t½
Afkoelingswet van Newton
T(t) = Ta + (T0 − Ta)e−kt
Integrerende factor
y′ + p(x)y = q(x): μ = e∫p dx, (μy)′ = μq
Mengtank
dm/dt = r·c − (r/V)·m

2Oefenopgaven

1.Numerieke methodenGemiddeld
xy00,511,52

Benader ∫02 x³ dx met de trapeziumregel, n = 4, en vergelijk met de exacte waarde. Bepaal de absolute fout |E| = |T − I|.

f(x) = x³[a, b] = [0, 2]n = 4
|E| =
2.Numerieke methodenMoeilijk
00,20,40,6345ty(0, 3)

Gebruik de methode van Heun (verbeterde Euler) met h = 0,2 voor y′ = y − t², y(0) = 3 om y3 ≈ y(0,6) te schatten.

y′ = y − t²y(0) = 3h = 0,2
y3 =
3.Rijen & reeksenGemiddeld
AΣ 2/kk = 1 … ∞BΣ ln k / kk = 1 … ∞CΣ 1/k²k = 1 … ∞DΣ k/(k + 5)k = 1 … ∞

Precies één van de vier reeksen convergeert. Klik erop.

A: Σ 2/kB: Σ ln k / kC: Σ 1/k²D: Σ k/(k + 5)
  1. 1A: Σ 2/k
  2. 2B: Σ ln k / k
  3. 3C: Σ 1/k²
  4. 4D: Σ k/(k + 5)
4.Rijen & reeksenMoeilijk

f(x) = eˣ wordt benaderd door zijn Maclaurinpolynoom van graad 3 in x = 0,5. Gebruik de Lagrange-foutgrens M·|x|ⁿ⁺¹/(n + 1)! met M = e0,5 = 1,649 om de grootst mogelijke fout |R₃| te vinden.

f(x) = eˣn = 3x = 0,5M = 1,649
|R₃| =
5.Matrices & determinantenGemiddeld
A =32−3−4−52−32−2

Bereken de determinant det A van de getoonde 3×3-matrix A.

A = [3 2 −3; −4 −5 2; −3 2 −2]
det A =
6.Matrices & determinantenMoeilijk
A =−6−6−16b =104

Los het stelsel −6x − 6y = 10 en −x + 6y = 4 op. Bereken x.

−6x − 6y = 10−x + 6y = 4
x =
7.DifferentiaalvergelijkingenGemiddeld
t (min)T (°C)24Ta​T = ?

Een blikje frisdrank van 4 °C wordt uit de koelkast in een kamer van 27 °C gezet. Het volgt de afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ). Bereken met k = 0,1 min⁻¹ de temperatuur T na 24 min.

T0 = 4 °CTa = 27 °Ck = 0,1 min⁻¹t = 24 min
T = °C
8.DifferentiaalvergelijkingenMoeilijk
t (min)m (kg)t = ?80 kg

Een tank bevat 400 L zuiver water. Pekel met 0,25 kg zout per liter stroomt in met 20 L/min, en de goed gemengde oplossing stroomt met dezelfde snelheid uit. Na hoeveel minuten t bevat de tank 80 kg zout?

V = 400 Lm0 = 0 kgc = 0,25 kg/Lr = 20 L/min
t = min

3Oplossingen

1.Numerieke methoden

Antwoord: |E| = 0,25

Numerieke integratie: verdeel [a, b] in n stroken van breedte h = (b − a)/n met knooppunten x₀ … xₙ. Trapeziumregel: T = (h/2)[f₀ + 2f₁ + 2f₂ + … + 2fn−1 + fₙ]. Regel van Simpson (n even): S = (h/3)[f₀ + 4f₁ + 2f₂ + 4f₃ + … + 4fn−1 + fₙ]. De fout van de trapeziumregel neemt af als h² (grens (b − a)h²·M/12 met M = max|f″|), die van Simpson als h⁴, dus Simpson is voor dezelfde knooppunten meestal veel nauwkeuriger.

Exacte waarde

I = 4

Trapeziumregel

T = (0,5/2)·(0 + 2·0,125 + 2·1 + 2·3,375 + 8) = 4,25

Fout

|E| = |4,25 − 4| = 0,25

Antwoord

|E| = 0,25

Relatieve fout: 6,25%.

2.Numerieke methoden

Antwoord: y3 = 5,361

Numerieke oplossing van y′ = f(t, y): de methode van Euler stapt langs de helling aan het begin van elke stap: yn+1 = yₙ + h·f(tₙ, yₙ). De methode van Heun (verbeterde Euler) middelt de helling aan het begin en bij een Euler-voorspelling: k₁ = f(tₙ, yₙ), k₂ = f(tₙ + h, yₙ + h·k₁), yn+1 = yₙ + (h/2)(k₁ + k₂). De klassieke Runge–Kutta-methode (RK4) combineert vier hellingen: yn+1 = yₙ + (h/6)(k₁ + 2k₂ + 2k₃ + k₄). De globale fout van Euler is evenredig met h, die van Heun met h², die van RK4 met h⁴.

ntₙyₙk₁k₂yₙ₊₁00333,563,65610,23,6563,6164,21924,4395220,44,439524,279524,9354245,361014

Heun-stappen

y₁ = 3 + (0,2/2)(3 + 3,56) = 3,656
y₂ = 3,656 + (0,2/2)(3,616 + 4,2192) = 4,43952
y₃ = 4,43952 + (0,2/2)(4,27952 + 4,935424) = 5,361014
00,20,40,6345ty

Grafiek

y3 = 5,361

Antwoord

y3 = 5,361

De exacte waarde is y(0,6) = 5,382119.

3.Rijen & reeksen

Antwoord: C: Σ 1/k²

Convergentie: als de termen niet naar 0 gaan, divergeert de reeks (test op de n-de term). Σ1/kᵖ convergeert alleen voor p > 1, en Σrᵏ alleen voor |r| < 1. Vergelijk een reeks met een van deze als haar termen voor grote k zich zo gedragen. Quotiëntcriterium: L = lim |ak+1/ak|; wortelcriterium: L = lim |ak|1/k. L < 1 convergeert, L > 1 divergeert, L = 1 beslist niets. Een machtreeks Σck(x − x₀)ᵏ convergeert voor |x − x₀| < R met R = lim |ck/ck+1|; een alternerende reeks met termen die naar 0 afnemen convergeert.

Test elke reeks

A: Σ 2/k → Een veelvoud van de harmonische reeks (p = 1): divergeert.
B: Σ ln k / k → Groter dan 1/k voor k ≥ 3: divergeert door vergelijking met de harmonische reeks.
C: Σ 1/k² → p-reeks met p = 2 > 1: convergeert.
D: Σ k/(k + 5) → De termen gaan naar 1, niet naar 0: divergeert door de test op de n-de term.

Het antwoord

C: Σ 1/k²

Antwoord

C: Σ 1/k²
4.Rijen & reeksen

Antwoord: |R₃| = 0,004294

Taylorpolynomen: nabij x = a wordt een gladde functie benaderd door Pₙ(x) = f(a) + f′(a)(x − a) + f″(a)(x − a)²/2! + … + f⁽ⁿ⁾(a)(x − a)ⁿ/n!; voor a = 0 is dit het Maclaurinpolynoom. Standaardreeksen: eˣ = Σxᵏ/k!, sin x = x − x³/3! + x⁵/5! − …, cos x = 1 − x²/2! + x⁴/4! − …, ln(1 + x) = x − x²/2 + x³/3 − …, 1/(1 − x) = Σxᵏ. Lagrange-foutgrens: |f(x) − Pₙ(x)| ≤ M·|x − a|ⁿ⁺¹/(n + 1)!, waarbij M de grootste waarde van |f⁽ⁿ⁺¹⁾| tussen a en x is.

Grens op de afgeleide

M = e0,5 = 1,649

Lagrange-grens

|R₃| ≤ 1,649·0,5⁴/4! = 0,004294

Antwoord

|R₃| = 0,004294

De werkelijke fout is kleiner: |f(0,5) − P₃(0,5)| = 0,002888.

5.Matrices & determinanten

Antwoord: det A = 59

Matrices: de determinant van een 2×2-matrix is ad − bc. Bij 3×3 ontwikkel je naar een rij: elk element maal de determinant van de 2×2-matrix die overblijft na het schrappen van zijn rij en kolom, met afwisselende tekens + − +. Eigenwaarden λ voldoen aan det(A − λI) = 0; bij 2×2 is dat λ² − (spoor)·λ + det = 0.

2×2-minoren van de eerste rij

M₁₁ = 6, M₁₂ = 14, M₁₃ = −23

Cofactorontwikkeling

det A = 3·6 − 2·14 + (−3)·(−23) = 59

Antwoord

det A = 59
6.Matrices & determinanten

Antwoord: x = −2

Matrices: de determinant van een 2×2-matrix is ad − bc. Bij 3×3 ontwikkel je naar een rij: elk element maal de determinant van de 2×2-matrix die overblijft na het schrappen van zijn rij en kolom, met afwisselende tekens + − +. Eigenwaarden λ voldoen aan det(A − λI) = 0; bij 2×2 is dat λ² − (spoor)·λ + det = 0.

Determinant van de coëfficiëntenmatrix

det A = (−6)·6 − (−6)·(−1) = −42

De x-kolom vervangen

det Aₓ = 10·6 − (−6)·4 = 84
x = 84/(−42) = −2

Antwoord

x = −2
y = 0,3333
7.Differentiaalvergelijkingen

Antwoord: T = 24,91 °C

Eerste-orde differentiaalvergelijkingen: dy/dt = k·y heeft de oplossing y = y₀·ekt (groei voor k > 0, afname voor k < 0); een halveringstijd T geeft k = ln 2/T. De afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ), geeft T(t) = Tₐ + (T₀ − Tₐ)·e−kt. Een lineaire vergelijking y′ + p(x)·y = q(x) los je op met de integrerende factor μ = e∫p dx: (μy)′ = μq, dus μy = ∫μq dx + C.

Oplossing van de afkoelingswet

T(t) = 27 + (−23)·e−0,1t

Vul t in

T(24) = 27 + (−23)·0,09072 = 24,91 °C

Antwoord

T = 24,91 °C
8.Differentiaalvergelijkingen

Antwoord: t = 32,19 min

Eerste-orde differentiaalvergelijkingen: dy/dt = k·y heeft de oplossing y = y₀·ekt (groei voor k > 0, afname voor k < 0); een halveringstijd T geeft k = ln 2/T. De afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ), geeft T(t) = Tₐ + (T₀ − Tₐ)·e−kt. Een lineaire vergelijking y′ + p(x)·y = q(x) los je op met de integrerende factor μ = e∫p dx: (μy)′ = μq, dus μy = ∫μq dx + C.

Resultaat

m(t) = 100 + (−100)·e−t/20

Los op naar t

e−t/20 = (100 − 80)/(100 − 0) = 0,2
t = 20·ln(5) = 32,19 min

Antwoord

t = 32,19 min

ExamProblems · examproblems.com/courses/numerical-methods