Farmaceutisch rekenen: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 6 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Farmaceutisch rekenen

Procentuele sterkte
% w/v = g per 100 mL
Hoeveelheid in een oplossing
g = % × mL / 100
Verhoudingssterkte
1:X = 1 g in X mL; % = 100 / X
Reconstitutie
eindvolume = oplosmiddel + poedervolume
Concentratie
mg/mL = geneesmiddel in de flacon / eindvolume
Kruisregel (alligatie)
delen H = T − L, delen L = H − T
Water of basis
0%

Dosisberekeningen

Dosis uit de concentratie
volume = dosis / concentratie
Dosis per kilogram lichaamsgewicht
dosis = mg/kg × lichaamsgewicht
Tabletten
aantal = dosis / sterkte van een tablet
Eenheden
1 g = 1000 mg, 1 mg = 1000 mcg

Methode

  1. Reken de voorgeschreven dosis en de sterkte van de voorraad om naar dezelfde eenheid.
  2. Gebruik gevraagd gedeeld door aanwezig maal hoeveelheid: (D/H) × Q.
  3. Vermenigvuldig bij doses per kilogram eerst met het gewicht in kg en deel daarna de dagdosis door het aantal giften.
  4. Maak eerst een schatting en controleer of het antwoord redelijk is.

Klinische farmacokinetiek

Snelheidsconstante en halfwaardetijd
k = ln 2/t½ = 0,693/t½
Eerste-orde-afname
C = C₀·e−kt = C₀·(1/2)t/t½
Twee spiegels
k = ln(C₁/C₂)/Δt
Volume en klaring
Vd = dose/C₀, CL = k·Vd
Oplaaddosis
LD = Vd·C/(S·F)
Onderhoudssnelheid
R = CL·Css/(S·F)
Gemiddelde steady state
Css,avg = S·F·D/(CL·τ)
Stationaire toestand
1 − (1/2)ⁿ na n halfwaardetijden; ≈ 97% na 5
Infuus
C = (R/CL)(1 − e−kt)
Interval en dosis uit piek en dal
τ = ln(Cpeak/Ctrough)/k, D = Vd·(Cpeak − Ctrough)
Cockcroft–Gault
CrCl = (140 − leeftijd) × kg/(72 × SCr mg/dL), × 0,85 voor vrouwen
Renale aanpassing
dosis × CrCl/normaal; Dettli Q = 1 − fe·(1 − CrCl/normaal)

Methode

  1. Reken de halfwaardetijd om naar een snelheidsconstante: k = 0,693/t½.
  2. Zet waarden per kg om in totalen: Vd (L) = L/kg × gewicht, CL (L/h) = L/kg/h × gewicht.
  3. Kies de relatie: C = C₀·e−kt, LD = Vd·C/(S·F), onderhoudssnelheid = CL·Css/(S·F), τ = ln(Cpiek/Cdal)/k.
  4. Schat bij nierfunctie eerst de CrCl met Cockcroft–Gault en pas dan de dosis of het interval aan.
  5. Controleer het resultaat: spiegels dalen elke halfwaardetijd met de helft en steady state duurt ongeveer vijf halfwaardetijden.

2Oefenopgaven

1.Farmaceutisch rekenenGemiddeld
024681010 mL

Een oplossing heeft een verhoudingssterkte van 1:10 000. Je hebt 0,74 mg nodig. Trek het volume op in de spuit van 10 mL: welk volume V is dat?

1:10 0000,74 mg
V = mL
2.Farmaceutisch rekenenMoeilijk
50%dextrose? mL+10%dextrose30%1500 mL

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Je moet 1500 mL dextrose 30% bereiden door dextrose 50% en 10% te mengen. Hoeveel mL V van de oplossing van 50% heb je nodig? Rond af op hele mL.

50%10%30%1500 mL
V = mL
3.DosisberekeningenGemiddeld
024681010 mL

Een kind van 32 kg krijgt 3 mg/kg van een geneesmiddel voorgeschreven. De voorraadoplossing bevat 40 mg/mL. Trek de dosis op: welk volume V geef je?

32 kg3 mg/kg40 mg/mL
V = mL
4.DosisberekeningenMoeilijk
00,10,20,30,40,50,60,70,80,911 mL

Het voorschrift is 220 eenheden van een geneesmiddel dat geleverd wordt als 1000 eenheden/mL. Trek de dosis op in de spuit van 1 mL: welk volume V geef je?

220 units1000 units/mL
V = mL
5.Klinische farmacokinetiekGemiddeld
VCss​ = 3 mg/LR = ? mg/minCL = 550 mL/min

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft een lidocaïneklaring van 550 mL/min. Welke infusiesnelheid R in mg/min houdt de steady-state-spiegel op 3 mg/L?

CL = 550 mL/minCss = 3 mg/L
R = mg/min
6.Klinische farmacokinetiekMoeilijk
Vd = 7 L/kg0,6 → 1 mcg/LLD = ? mcg91 kg · S = 1 · F = 0,7

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 91 kg heeft een spiegel (digoxin) van 0,6 mcg/L; het doel is 1 mcg/L. Het verdelingsvolume is 7 L/kg en de tabletten hebben F = 0,7. Welke extra oplaaddosis LD verhoogt de spiegel tot het doel?

91 kgVd = 7 L/kgC = 0,6 → 1 mcg/LF = 0,7
LD = mcg

3Oplossingen

1.Farmaceutisch rekenen

Antwoord: V = 7,4 mL

Van sterkte naar volume: zet de sterkte eerst om in mg per mL. Een w/v-percentage is gram per 100 mL, dus x% = 10x mg/mL. Een verhoudingssterkte 1:n is 1 g in n mL. Na reconstitutie is de concentratie de dosis van het poeder gedeeld door het eindvolume (oplosmiddel + poedervolume). Dan volume = dosis/concentratie.

Sterkte in mg/mL

1000 mg/10 000 mL = 0,1 mg/mL

Volume

V = 0,74/0,1 = 7,4 mL

Antwoord

V = 7,4 mL
2.Farmaceutisch rekenen

Antwoord: V = 750 mL

Kruisregel (alligatie): om een hogere sterkte H en een lagere sterkte L te mengen tot een doelsterkte T, neem je (T − L) delen van H en (H − T) delen van L. De delen staan kruiselings: elke voorraad krijgt de afstand van het doel tot de andere voorraad. Water of een neutrale basis telt als 0%. De getallen zijn alleen om te oefenen; volg aan het bed altijd de lokale protocollen en laat risicovolle doses dubbel controleren.

Delen volgens de kruisregel

50%: 30 − 10 = 20 delen
10%: 50 − 30 = 20 delen
totaal: 40 delen

Verdeel het volume

V = 1500·20/40 = 750 mL

Antwoord

V = 750 mL

Controle: 750 mL van 50% + 750 mL van 10% = 1500 mL.

3.Dosisberekeningen

Antwoord: V = 2,4 mL

Een dosis optrekken: volume = (voorgeschreven dosis/sterkte van de voorraad) × volume van de voorraad. Reken eerst naar dezelfde eenheden om, controleer dan of het volume in de spuit past en op een van de streepjes valt.

Dosis op basis van lichaamsgewicht

D = 3·32 = 96 mg

Volume

V = 96/40 = 2,4 mL

Op de spuit

Op deze spuit van 10 mL is elke kleine streep 0,2 mL.

Antwoord

V = 2,4 mL
4.Dosisberekeningen

Antwoord: V = 0,22 mL

Een dosis optrekken: volume = (voorgeschreven dosis/sterkte van de voorraad) × volume van de voorraad. Reken eerst naar dezelfde eenheden om, controleer dan of het volume in de spuit past en op een van de streepjes valt.

Volume

V = 220/1000 = 0,22 mL

Op de spuit

Op deze spuit van 1 mL is elke kleine streep 0,01 mL.

Antwoord

V = 0,22 mL
5.Klinische farmacokinetiek

Antwoord: R = 1,65 mg/min

Klaring en volume: in steady state is de doseersnelheid gelijk aan de eliminatiesnelheid, dus de onderhoudssnelheid = CL × Css. Een oplaaddosis is LD = Vd × C/(S × F), met S de zoutfactor (fractie werkzaam geneesmiddel in het zout) en F de biologische beschikbaarheid (1 voor IV). Uit twee spiegels volgt k = ln(C₁/C₂)/Δt; bij een IV-bolus is Vd = dosis/C₀ en CL = k × Vd. De getallen zijn alleen om te oefenen; volg aan het bed altijd de lokale protocollen en laat risicovolle doses dubbel controleren.

Klaring in L/min

550 mL/min = 0,55 L/min

Infusiesnelheid

R = 0,55·3 = 1,65 mg/min

Antwoord

R = 1,65 mg/min
6.Klinische farmacokinetiek

Antwoord: LD = 364 mcg

Een regime ontwerpen: bij snelle IV-doses daalt de spiegel tijdens het interval van piek naar dal, dus τ = ln(Cpiek/Cdal)/k en de dosis die de piek herstelt is Vd × (Cpiek − Cdal). De gemiddelde steady-state-spiegel is Css,gem = S·F·dosis/(CL·τ). Bij een infuus stijgt de spiegel als C = (R/CL)(1 − e−kt). Bij een geneesmiddel dat door de nieren wordt geklaard, wordt de dosis aangepast aan de creatinineklaring. De getallen zijn alleen om te oefenen; volg aan het bed altijd de lokale protocollen en laat risicovolle doses dubbel controleren.

Verdelingsvolume

Vd = 7·91 = 637 L

Benodigde stijging

1 − 0,6 = 0,4 mcg/L

Oplaaddosis

LD = 637·0,4/(1·0,7) = 364 mcg

Antwoord

LD = 364 mcg

In de praktijk wordt de dosis afgerond op een handige hoeveelheid.

ExamProblems · examproblems.com/courses/pharmacy-calculations