Reken de halfwaardetijd om naar een snelheidsconstante: k = 0,693/t½.
Zet waarden per kg om in totalen: Vd (L) = L/kg × gewicht, CL (L/h) = L/kg/h × gewicht.
Kies de relatie: C = C₀·e−kt, LD = Vd·C/(S·F), onderhoudssnelheid = CL·Css/(S·F), τ = ln(Cpiek/Cdal)/k.
Schat bij nierfunctie eerst de CrCl met Cockcroft–Gault en pas dan de dosis of het interval aan.
Controleer het resultaat: spiegels dalen elke halfwaardetijd met de helft en steady state duurt ongeveer vijf halfwaardetijden.
2Oefenopgaven
1.Farmaceutisch rekenenGemiddeld
Een oplossing heeft een verhoudingssterkte van 1:1000. Je hebt 0,24 mg nodig. Trek het volume op in de spuit van 1 mL: welk volume V is dat?
1:10000,24 mg
V = mL
2.Farmaceutisch rekenenMoeilijk
Een flacon bevat 1000 mg poeder. Je voegt 4,6 mL oplosmiddel toe, en het poeder voegt 0,4 mL volume toe. Het voorschrift is 460 mg. Trek de dosis op: welk volume V geef je?
1000 mg4,6 mL + 0,4 mL460 mg
V = mL
3.DosisberekeningenGemiddeld
Een flacon bevat 1 g poeder. Op het etiket staat: voeg 3,4 mL water voor injectie toe voor een totaal volume van 4 mL. Het voorschrift is 200 mg. Welk volume V van de gereconstitueerde oplossing geef je?
1 g+ 3,4 mL → 4 mL200 mg
V = mL
4.DosisberekeningenMoeilijk
Een patiënt weegt 195,8 lb. Het voorschrift is 5 mg/kg als eenmalige dosis, en de voorraadoplossing bevat 50 mg in 1 mL. Welk volume V geef je, met 1 kg = 2,2 lb?
195,8 lb5 mg/kg50 mg/1 mL1 kg = 2,2 lb
V = mL
5.Klinische farmacokinetiekGemiddeld
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 58 kg krijgt een oplaaddosis van digoxin tabletten om een spiegel van 0,8 mcg/L te bereiken. Het verdelingsvolume is 7 L/kg en de tabletten hebben een biologische beschikbaarheid F = 0,7. Bepaal de totale orale oplaaddosis LD in mcg.
58 kgVd = 7 L/kgC = 0,8 mcg/LF = 0,7
LD = mcg
6.Klinische farmacokinetiekMoeilijk
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus met theophylline loopt met 36 mg/h zonder oplaaddosis. De klaring van de patiënt is 3 L/h en de halfwaardetijd is 8 uur. Wat is de spiegel C na 23 uur?
R = 36 mg/hCL = 3 L/ht½ = 8 ht = 23 h
C = mg/L
3Oplossingen
1.Farmaceutisch rekenen
Antwoord: V = 0,24 mL
Van sterkte naar volume: zet de sterkte eerst om in mg per mL. Een w/v-percentage is gram per 100 mL, dus x% = 10x mg/mL. Een verhoudingssterkte 1:n is 1 g in n mL. Na reconstitutie is de concentratie de dosis van het poeder gedeeld door het eindvolume (oplosmiddel + poedervolume). Dan volume = dosis/concentratie.
Sterkte in mg/mL
1000 mg/1000 mL = 1 mg/mL
Volume
V = 0,24/1 = 0,24 mL
Antwoord
V = 0,24 mL
2.Farmaceutisch rekenen
Antwoord: V = 2,3 mL
Van sterkte naar volume: zet de sterkte eerst om in mg per mL. Een w/v-percentage is gram per 100 mL, dus x% = 10x mg/mL. Een verhoudingssterkte 1:n is 1 g in n mL. Na reconstitutie is de concentratie de dosis van het poeder gedeeld door het eindvolume (oplosmiddel + poedervolume). Dan volume = dosis/concentratie.
Eindvolume en concentratie
4,6 + 0,4 = 5 mL
C = 1000/5 = 200 mg/mL
Volume
V = 460/200 = 2,3 mL
Antwoord
V = 2,3 mL
3.Dosisberekeningen
Antwoord: V = 0,8 mL
Dose calculation: the amount to give equals what is prescribed divided by what you have, times the quantity it comes in: amount = (desired dose/stock strength) × stock volume. Always keep the units the same (convert g to mg, mg to mcg first) and check that the answer is sensible.
Concentratie na het mengen
1000 mg/4 mL = 250 mg/mL
Volume
V = 200/250 = 0,8 mL
Antwoord
V = 0,8 mL
4.Dosisberekeningen
Antwoord: V = 8,9 mL
Dose calculation: the amount to give equals what is prescribed divided by what you have, times the quantity it comes in: amount = (desired dose/stock strength) × stock volume. Always keep the units the same (convert g to mg, mg to mcg first) and check that the answer is sensible.
Gewicht in kg
195,8/2,2 = 89 kg
Dosis
5·89 = 445 mg
Volume
V = (445/50)·1 = 8,9 mL
Antwoord
V = 8,9 mL
5.Klinische farmacokinetiek
Antwoord: LD = 464 mcg
Klaring en volume: in steady state is de doseersnelheid gelijk aan de eliminatiesnelheid, dus de onderhoudssnelheid = CL × Css. Een oplaaddosis is LD = Vd × C/(S × F), met S de zoutfactor (fractie werkzaam geneesmiddel in het zout) en F de biologische beschikbaarheid (1 voor IV). Uit twee spiegels volgt k = ln(C₁/C₂)/Δt; bij een IV-bolus is Vd = dosis/C₀ en CL = k × Vd. De getallen zijn alleen om te oefenen; volg aan het bed altijd de lokale protocollen en laat risicovolle doses dubbel controleren.
Verdelingsvolume
Vd = 7·58 = 406 L
Benodigde hoeveelheid werkzaam geneesmiddel
Vd·C = 406·0,8 = 324,8 mcg
Oplaaddosis
LD = 324,8/(1·0,7) = 464 mcg
Antwoord
LD = 464 mcg
In de praktijk wordt de dosis afgerond op een handige hoeveelheid.
6.Klinische farmacokinetiek
Antwoord: C = 10,36 mg/L
Een regime ontwerpen: bij snelle IV-doses daalt de spiegel tijdens het interval van piek naar dal, dus τ = ln(Cpiek/Cdal)/k en de dosis die de piek herstelt is Vd × (Cpiek − Cdal). De gemiddelde steady-state-spiegel is Css,gem = S·F·dosis/(CL·τ). Bij een infuus stijgt de spiegel als C = (R/CL)(1 − e−kt). Bij een geneesmiddel dat door de nieren wordt geklaard, wordt de dosis aangepast aan de creatinineklaring. De getallen zijn alleen om te oefenen; volg aan het bed altijd de lokale protocollen en laat risicovolle doses dubbel controleren.