Inleiding statistiek: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 12 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Beschrijvende statistiek

Gemiddelde
x̄ = Σx/n
Steekproefstandaardafwijking
s = √(Σ(x − x̄)²/(n − 1))
Mediaan
middelste waarde van de gesorteerde gegevens
z-score
z = (x − μ)/σ
Normale verdeling
68% binnen ±1σ, 95% binnen ±2σ

Kansrekening

Complement
P(not A) = 1 − P(A)
Somregel
P(A ∪ B) = P(A) + P(B) − P(A ∩ B)
Onafhankelijke gebeurtenissen
P(A ∩ B) = P(A)·P(B)
Voorwaardelijke kans
P(A|B) = P(A ∩ B)/P(B)
Binomiaal
P(X = k) = C(n,k)·pk(1 − p)n−k

Normale verdeling

z-score
z = (x − μ)/σ
Onder x
P(X < x) = Φ(z)
Boven x
P(X > x) = 1 − Φ(z)
Tussen
Φ(z2) − Φ(z1)
Percentiel
x = μ + z·σ

Methode

  1. Reken de waarde om naar een z-score: z = (x − μ)/σ.
  2. Zoek Φ(z) op, het oppervlak links van z.
  3. Gebruik voor het oppervlak rechts 1 − Φ(z); trek voor een interval de twee linkeroppervlakken van elkaar af.
  4. Werk voor een percentiel terug: zoek z bij het oppervlak, dan x = μ + z·σ.

Betrouwbaarheidsintervallen

σ bekend
x̄ ± z·σ/√n
σ onbekend
x̄ ± t·s/√n, df = n − 1
Kritieke z
90%: 1,645, 95%: 1,96, 99%: 2,576
Steekproefomvang
n = (z·σ/E)², rounded up

Methode

  1. Kies tussen z (σ van de populatie bekend) en t (alleen de steekproef-s, met n − 1 vrijheidsgraden).
  2. Zoek de kritieke waarde bij het betrouwbaarheidsniveau.
  3. Foutmarge: E = kritieke waarde × standaardafwijking/√n.
  4. Interval: x̄ ± E.

Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen

z-toets voor een gemiddelde
z = (x̄ − μ0)/(σ/√n)
t-toets voor een gemiddelde
t = (x̄ − μ0)/(s/√n), df = n − 1
Tweezijdig bij 5%
verwerp H0 als |z| > 1,96
Betrouwbaarheidsinterval
x̄ ± z·σ/√n

Methode

  1. Formuleer H₀ en H₁ en bepaal of de toets een- of tweezijdig is.
  2. Bereken de toetsingsgrootheid: (x̄ − μ₀)/(σ/√n), of met s en t.
  3. Vergelijk met de kritieke waarde, of bepaal de p-waarde.
  4. Verwerp H₀ als de toetsingsgrootheid voorbij de kritieke waarde ligt (p kleiner dan α), en formuleer de conclusie in woorden.

Lineaire regressie en correlatie

Kwadratensommen
Sxx = Σ(x − x̄)² = Σx² − (Σx)²/n, Sxy = Σxy − ΣxΣy/n
Helling
b = Sxy/Sxx
Snijpunt met de y-as
a = ȳ − b·x̄
Correlatie
r = Sxy/√(SxxSyy)
Residu
e = y − ŷ

2Oefenopgaven

1.Beschrijvende statistiekGemiddeld
1015202530354045

Bereken de steekproefstandaardafwijking s van de gegevens: 43, 14, 10, 18, 46.

n = 5
s =
2.Beschrijvende statistiekMoeilijk
z −2−1012

Een grootheid is normaal verdeeld met gemiddelde 100 en standaardafwijking 8. Welk deel P van de waarden ligt onder 84?

μ = 100σ = 8x = 84
P =
3.KansrekeningGemiddeld
n = 6k = 4N = ?

Op hoeveel manieren N kun je een commissie van 4 personen kiezen uit een groep van 6? De volgorde doet er niet toe.

n = 6k = 4
N =
4.KansrekeningMoeilijk
n = 10, p = 0,7: P(X = 3) = ?k012345678910

Een toets heeft 10 meerkeuzevragen. Een student die gokt, heeft elke vraag onafhankelijk goed met kans 0,7. Wat is de kans P op precies 3 goede antwoorden?

n = 10p = 0,7k = 3
P =
5.Normale verdelingGemiddeld
−3−2−10123zgearceerd oppervlak rechts van z = 0,9032

Sleep z zo dat het gearceerde oppervlak onder de standaardnormale kromme, rechts van z, 0,9032 is. Bepaal z op twee decimalen.

A = 0,9032
z =
6.Normale verdelingMoeilijk
μ = 100x = ?99%

De IQ-scores zijn normaal verdeeld met gemiddelde 100 punten en standaardafwijking 15 punten. Bereken de waarde x waaronder 99% ervan ligt (het 99e percentiel).

μ = 100σ = 15P = 99%
x = punten
7.BetrouwbaarheidsintervallenGemiddeld
n = 10, s = 2LU = ?x̄ = 57E90%

Een steekproef van 10 items heeft gemiddelde 57 en standaardafwijking s = 2. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de bovengrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.

n = 10x̄ = 57s = 290%t(9) = 1,833
bovengrens =
8.BetrouwbaarheidsintervallenMoeilijk
μ₁ − μ₂, t(14) = 2,9770LU = ?x̄₁ − x̄₂E99%

Twee kunstmeststoffen worden getest. Groep 1: 11 proefvelden, gemiddelde opbrengst 74,5 kg, standaardafwijking 3 kg. Groep 2: 5 proefvelden, gemiddelde 76 kg, standaardafwijking 1,5 kg. Neem gelijke varianties aan (gepoolde t, df = n₁ + n₂ − 2). Bereken de bovengrens van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor μ₁ − μ₂.

n₁ = 11x̄₁ = 74,5s₁ = 3n₂ = 5x̄₂ = 76s₂ = 1,599%t(14) = 2,977
bovengrens = kg
9.Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallenGemiddeld
−2,0642,064t = ?df = 24

Twee lesmethoden worden vergeleken. Groep 1: 6 studenten, gemiddelde score 111, standaardafwijking 4,5. Groep 2: 20 studenten, gemiddelde score 106,5, standaardafwijking 10,5. Neem gelijke populatievarianties aan en gebruik de gepoolde t-toets voor twee steekproeven. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ₁ = μ₂, met als verschil x̄₁ − x̄₂ (groep 1 min groep 2).

n₁ = 6x̄₁ = 111s₁ = 4,5n₂ = 20x̄₂ = 106,5s₂ = 10,5
t =
10.Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallenMoeilijk
H₀H₁μ₀x̄cμ₀ + 5α = 0,01βσ = 13, onderscheidend vermogen 80%, n = ?

Een eenzijdige z-toets bij α = 0,01 moet een verschuiving van het gemiddelde van 5 eenheden ontdekken met een onderscheidend vermogen van 80 %. De standaardafwijking is 13. Bereken de minimale steekproefomvang n.

α = 0,01onderscheidend vermogen = 80%δ = 5σ = 13zα = 2,326zβ = 0,842
n =
11.Lineaire regressie en correlatieGemiddeld
xy1881218824101271183014333154xy202530100150

De tabel geeft 6 gepaarde waarnemingen van x = temperatuur in °C en y = verkochte ijsjes. Bereken de correlatiecoëfficiënt van Pearson r.

n = 6
r =
12.Lineaire regressie en correlatieMoeilijk
xy2741162082410301233xy510102030ŷ = 22

De tabel geeft 6 gepaarde waarnemingen van x = belasting in kN en y = verlenging in mm. Gebruik de kleinstekwadratenlijn ŷ = a + b·x. Voor welke waarde x voorspelt de lijn ŷ = 22?

n = 6ŷ = 22
x =

3Oplossingen

1.Beschrijvende statistiek

Antwoord: s = 16,98

Beschrijvende statistiek: het gemiddelde is de som gedeeld door n; de mediaan is de middelste waarde van de gesorteerde gegevens (het gemiddelde van de twee middelste als n even is). De steekproefstandaardafwijking is s = √(Σ(x − x̄)²/(n − 1)). Een z-score z = (x − μ)/σ zegt hoeveel standaardafwijkingen een waarde van het gemiddelde ligt.

Gemiddelde

x̄ = 131/5 = 26,2

Gekwadrateerde afwijkingen

Σ(x − x̄)² = 16,8² + (−12,2)² + (−16,2)² + (−8,2)² + 19,8² = 1153

Standaardafwijking

s = √(1153/4) = 16,98

Antwoord

s = 16,98
2.Beschrijvende statistiek

Antwoord: P = 0,02275

Beschrijvende statistiek: het gemiddelde is de som gedeeld door n; de mediaan is de middelste waarde van de gesorteerde gegevens (het gemiddelde van de twee middelste als n even is). De steekproefstandaardafwijking is s = √(Σ(x − x̄)²/(n − 1)). Een z-score z = (x − μ)/σ zegt hoeveel standaardafwijkingen een waarde van het gemiddelde ligt.

Standaardiseren

z = −2

Tabel standaardnormale verdeling

Φ(−2) = 0,02275
P = 0,02275

Antwoord

P = 0,02275
3.Kansrekening

Antwoord: N = 15

Kansrekening: bij even waarschijnlijke uitkomsten is P(A) = gunstig/totaal. Bij onafhankelijke gebeurtenissen vermenigvuldig je: P(A en B) = P(A)·P(B). De complementregel helpt vaak: P(minstens één) = 1 − P(geen). Binomiaal: bij n onafhankelijke pogingen met succeskans p geldt P(X = k) = C(n, k)·pᵏ·(1 − p)ⁿ⁻ᵏ.

Combinaties

C(6, 4) = (6·5·4·3)/(4·3·2·1) = 15

Antwoord

N = 15
4.Kansrekening

Antwoord: P = 0,009002

Kansrekening: bij even waarschijnlijke uitkomsten is P(A) = gunstig/totaal. Bij onafhankelijke gebeurtenissen vermenigvuldig je: P(A en B) = P(A)·P(B). De complementregel helpt vaak: P(minstens één) = 1 − P(geen). Binomiaal: bij n onafhankelijke pogingen met succeskans p geldt P(X = k) = C(n, k)·pᵏ·(1 − p)ⁿ⁻ᵏ.

Binomiale formule

P(X = 3) = 120·0,73·0,37 = 120·0,343·0,0002187 = 0,009002

Antwoord

P = 0,009002
5.Normale verdeling

Antwoord: z = −1,3

Van een oppervlak terug naar z: Φ(z) is het oppervlak links van z. Zoek voor een linkerstaartoppervlak A de z met Φ(z) = A in de tabel. Een rechterstaartoppervlak A betekent Φ(z) = 1 − A. Een centraal oppervlak A tussen −z en z laat (1 − A)/2 in elke staart over, dus Φ(z) = (1 + A)/2. Gebruik voor een waarde x de formule x = μ + zσ.

Oppervlak links van z

Φ(z) = 1 − 0,9032 = 0,0968

Lees de z-tabel achterstevoren

Zoek 0,0968 in de tabel en lees z af.

z = −1,30

Antwoord

z = −1,30
6.Normale verdeling

Antwoord: x = 134,9 punten

Normale verdeling: reken een waarde x om naar een z-score, z = (x − μ)/σ, die telt hoeveel standaardafwijkingen x van het gemiddelde ligt. Een z-tabel (of Φ(z)) geeft de oppervlakte links van z, en dat is P(X < x). De oppervlakte rechts is 1 − Φ(z), en de oppervlakte tussen twee waarden is het verschil van hun twee oppervlakten.

z voor het percentiel

Φ(z) = 0,99 → z = 2,326

Terug naar x

x = 100 + 2,326·15 = 134,89 punten

Antwoord

x = 134,89 punten
7.Betrouwbaarheidsintervallen

Antwoord: bovengrens = 58,16

Betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde: x̄ ± foutmarge. Met een bekende populatie-σ is de marge z·σ/√n; heb je alleen de steekproefstandaardafwijking s, gebruik dan t met n − 1 vrijheidsgraden: t·s/√n. Kritieke waarden: z = 1,645 (90%), 1,96 (95%), 2,576 (99%). Voor een marge van E of kleiner heb je n ≥ (z·σ/E)² nodig, naar boven afgerond.

Kritieke waarde

df = n − 1 = 9, t = 1,833

Foutmarge

E = 1,833·2/√10 = 1,159

Interval

57 ± 1,159 → [55,84, 58,16]

Antwoord

bovengrens = 58,16
8.Betrouwbaarheidsintervallen

Antwoord: bovengrens = 2,77 kg

Interval for a difference: estimate ± critical value × standard error. For two independent means with known σ: SE = √(σ₁²/n₁ + σ₂²/n₂) and z. With equal unknown variances: pooled s_p and t with n₁ + n₂ − 2 degrees of freedom. For paired data, work with the differences: d̄ ± t·s_d/√n.

Gepoolde standaardafwijking

sp² = (10·3² + 4·1,5²)/14 = 7,071
sp = 2,659

Foutmarge

E = 2,977·2,659·√(1/11 + 1/5) = 4,27

Interval

−1,5 ± 4,27 → [−5,77, 2,77]

Antwoord

bovengrens = 2,77 kg
9.Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen

Antwoord: t = 1,011

Hypothesis test: the test statistic = (estimate − value under H₀)/(standard error under H₀). The p-value is the probability, assuming H₀ is true, of a statistic at least as extreme as the one observed: the area in one tail for a one-sided H₁, twice the tail area for a two-sided H₁. Reject H₀ when p ≤ α.

Gepoolde variantie

sp² = (5·4,5² + 19·10,5²)/24 = 91,5
sp = 9,566

Standaardfout

SE = 9,566·√(1/6 + 1/20) = 4,453

Toetsingsgrootheid

t = (111 − 106,5)/4,453 = 1,011

Antwoord

t = 1,011

Bij df = 24 is de tweezijdige kritieke waarde bij 5% gelijk aan 2,064; |t| is kleiner, dus H₀ wordt niet verworpen.

10.Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen

Antwoord: n = 68

Steekproefomvang voor een toets: om een werkelijke verschuiving δ te ontdekken met onderscheidend vermogen 1 − β in een eenzijdige z-toets bij niveau α, moet de standaardfout voldoen aan δ = (z_α + z_β)·σ/√n, dus n = ((z_α + z_β)·σ/δ)², naar boven afgerond.

n oplossen

n = ((2,326 + 0,842)·13/5)² = 67,84

Naar boven afronden

n = 68

Antwoord

n = 68
11.Lineaire regressie en correlatie

Antwoord: r = 0,9867

Kleinstekwadratenregressie: met x̄ en ȳ de gemiddelden, Sxx = Σ(x − x̄)², Syy = Σ(y − ȳ)² en Sxy = Σ(x − x̄)(y − ȳ) heeft de lijn ŷ = a + b·x helling b = Sxy/Sxx en snijpunt a = ȳ − b·x̄, dus gaat ze altijd door (x̄, ȳ). De correlatiecoëfficiënt van Pearson r = Sxy/√(Sxx·Syy) ligt tussen −1 en 1; r² is het deel van de variatie in y dat door de lijn wordt verklaard.

Gemiddelden

x̄ = 153/6 = 25,5
ȳ = 685/6 = 114,2

Kwadraten- en productsommen

Sxx = Σ(x − x̄)² = 157,5
Sxy = Σ(x − x̄)(y − ȳ) = 820,5
Syy = Σ(y − ȳ)² = 4391

Correlatiecoëfficiënt

r = 820,5/√(157,5·4391) = 0,9867

Antwoord

r = 0,9867
12.Lineaire regressie en correlatie

Antwoord: x = 7,428

Kleinstekwadratenregressie: met x̄ en ȳ de gemiddelden, Sxx = Σ(x − x̄)², Syy = Σ(y − ȳ)² en Sxy = Σ(x − x̄)(y − ȳ) heeft de lijn ŷ = a + b·x helling b = Sxy/Sxx en snijpunt a = ȳ − b·x̄, dus gaat ze altijd door (x̄, ȳ). De correlatiecoëfficiënt van Pearson r = Sxy/√(Sxx·Syy) ligt tussen −1 en 1; r² is het deel van de variatie in y dat door de lijn wordt verklaard.

Gemiddelden

x̄ = 42/6 = 7
ȳ = 125/6 = 20,83

Kwadraten- en productsommen

Sxx = Σ(x − x̄)² = 70
Sxy = Σ(x − x̄)(y − ȳ) = 191

Regressielijn

b = 191/70 = 2,729
a = 20,83 − 2,729·7 = 1,733
ŷ = 1,733 + 2,729·x

Los op naar x

x = (22 − 1,733)/2,729 = 7,428

Antwoord

x = 7,428

ExamProblems · examproblems.com/courses/statistics-1