E = row total × column total / grand total, df = (r − 1)(c − 1)
Kritieke waarden (α = 0,05)
df 1: 3,841, 2: 5,991, 3: 7,815, 4: 9,488
Beslissing
verwerp H0 als χ² > χ²crit
2Oefenopgaven
1.Normale verdelingGemiddeld
De levertijden zijn normaal verdeeld met gemiddelde 32 min en standaardafwijking 6 min. Welk deel ligt tussen 22,4 en 37,1 min? Geef P als decimaal getal.
μ = 32σ = 6x1 = 22,4x2 = 37,1
P =
2.Normale verdelingMoeilijk
De lengtes van volwassen mannen zijn normaal verdeeld met gemiddelde 178 cm en standaardafwijking 7 cm. Sleep de grenswaarde zo dat de gearceerde bovenste 95% rechts ervan ligt. Bepaal de grenswaarde x.
μ = 178 cmσ = 7 cm95%
x = cm
3.BetrouwbaarheidsintervallenGemiddeld
Een steekproef van 21 items heeft gemiddelde 19,5 en standaardafwijking s = 12. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de ondergrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
n = 21x̄ = 19,5s = 1290%t(20) = 1,725
ondergrens =
4.BetrouwbaarheidsintervallenMoeilijk
De standaardafwijking van de populatie is 35. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 1,5 heeft?
Van een populatie wordt beweerd dat het gemiddelde 120 is; de standaardafwijking van de populatie is bekend en is 9. Een aselecte steekproef van 36 waarnemingen heeft een gemiddelde van 122,28. Toets H₀: μ = 120 tegen H₁: μ > 120. Bereken de p-waarde p.
Een eenzijdige z-toets van H₀: μ = 100 tegen H₁: μ > 100 wordt uitgevoerd bij α = 0,10 met een steekproef van 64; de standaardafwijking is bekend en is 8. In werkelijkheid is het gemiddelde 102. Bereken de kans op een fout van de tweede soort β in procenten.
μ₀ = 100μ = 102σ = 8n = 64α = 0,10
β = %
7.Lineaire regressie en correlatieGemiddeld
De tabel geeft 6 gepaarde waarnemingen van x = advertentie-uitgaven in k€ en y = verkoop in k€. Bereken de correlatiecoëfficiënt van Pearson r.
n = 6
r =
8.Lineaire regressie en correlatieMoeilijk
De tabel geeft 6 gepaarde waarnemingen van x = advertentie-uitgaven in k€ en y = verkoop in k€. Gebruik de kleinstekwadratenlijn ŷ = a + b·x. Er wordt een nieuwe waarneming (4,5, 33) gedaan. Bereken het residu e = y − ŷ.
n = 6(4,5, 33)
e =
9.ChikwadraattoetsenGemiddeld
De kruistabel toont waargenomen aantallen. Bereken de chikwadraatgrootheid χ² voor de toets op onafhankelijkheid tussen de rij- en kolomvariabele. Gebruik geen continuïteitscorrectie.
N = 2002 × 2
χ² =
10.ChikwadraattoetsenMoeilijk
De tabel toont waargenomen aantallen. Toets bij α = 0,05 of de twee variabelen onafhankelijk zijn (zonder continuïteitscorrectie). Bereken de toetsingsgrootheid χ² en vergelijk die daarna met de kritieke waarde uit de tabel.
N = 2203 × 2α = 0,05
χ² =
3Oplossingen
1.Normale verdeling
Antwoord: P = 0,7475
Normale verdeling: reken een waarde x om naar een z-score, z = (x − μ)/σ, die telt hoeveel standaardafwijkingen x van het gemiddelde ligt. Een z-tabel (of Φ(z)) geeft de oppervlakte links van z, en dat is P(X < x). De oppervlakte rechts is 1 − Φ(z), en de oppervlakte tussen twee waarden is het verschil van hun twee oppervlakten.
z-scores
z₁ = (22,4 − 32)/6 = −1,6
z₂ = (37,1 − 32)/6 = 0,85
Oppervlakte ertussen
P = Φ(0,85) − Φ(−1,6) = 0,8023 − 0,0548 = 0,7475
Antwoord
P = 0,7475
2.Normale verdeling
Antwoord: x = 166,5 cm
Van een oppervlak terug naar z: Φ(z) is het oppervlak links van z. Zoek voor een linkerstaartoppervlak A de z met Φ(z) = A in de tabel. Een rechterstaartoppervlak A betekent Φ(z) = 1 − A. Een centraal oppervlak A tussen −z en z laat (1 − A)/2 in elke staart over, dus Φ(z) = (1 + A)/2. Gebruik voor een waarde x de formule x = μ + zσ.
Oppervlak links
Φ(z) = 0,05
z uit de tabel
z ≈ −1,64
Terug naar de oorspronkelijke eenheden
x = 178 − 1,64·7 = 166,5 cm
Antwoord
x = 166,5 cm
3.Betrouwbaarheidsintervallen
Antwoord: ondergrens = 14,98
Betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde: x̄ ± foutmarge. Met een bekende populatie-σ is de marge z·σ/√n; heb je alleen de steekproefstandaardafwijking s, gebruik dan t met n − 1 vrijheidsgraden: t·s/√n. Kritieke waarden: z = 1,645 (90%), 1,96 (95%), 2,576 (99%). Voor een marge van E of kleiner heb je n ≥ (z·σ/E)² nodig, naar boven afgerond.
Kritieke waarde
df = n − 1 = 20, t = 1,725
Foutmarge
E = 1,725·12/√21 = 4,517
Interval
19,5 ± 4,517 → [14,98, 24,02]
Antwoord
ondergrens = 14,98
4.Betrouwbaarheidsintervallen
Antwoord: n = 2092
Betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde: x̄ ± foutmarge. Met een bekende populatie-σ is de marge z·σ/√n; heb je alleen de steekproefstandaardafwijking s, gebruik dan t met n − 1 vrijheidsgraden: t·s/√n. Kritieke waarden: z = 1,645 (90%), 1,96 (95%), 2,576 (99%). Voor een marge van E of kleiner heb je n ≥ (z·σ/E)² nodig, naar boven afgerond.
n oplossen
n = (1,96·35/1,5)² = 2092
Naar boven afronden
Een steekproefomvang is een geheel getal, en naar beneden afronden zou de marge te groot maken.
n = 2092
Antwoord
n = 2092
5.Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen
Antwoord: p = 0,06426
Hypothesis test: the test statistic = (estimate − value under H₀)/(standard error under H₀). The p-value is the probability, assuming H₀ is true, of a statistic at least as extreme as the one observed: the area in one tail for a one-sided H₁, twice the tail area for a two-sided H₁. Reject H₀ when p ≤ α.
Toetsingsgrootheid
SE = σ/√n = 9/√36 = 1,5
z = (122,28 − 120)/1,5 = 1,52
Staartoppervlakte
Φ(1,52) = 0,9357
1 − Φ(1,52) = 0,0643
p-waarde
p = 0,06426
Antwoord
p = 0,06426
p > 0,05, dus H₀ wordt niet verworpen op het 5%-niveau.
6.Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen
Antwoord: β = 23,64 %
Onderscheidend vermogen van een toets: het onderscheidend vermogen 1 − β is de kans dat H₀ wordt verworpen als die onwaar is. Bepaal de grens x̄c uit μ₀ en z_α, en bereken dan met het ware gemiddelde de kans om voorbij x̄c uit te komen: z = (x̄c − μ)/(σ/√n).
Kritiek steekproefgemiddelde
SE = 8/√64 = 1
x̄c = 100 + 1,282·1 = 101,3
z onder het ware gemiddelde
z = (101,3 − 102)/1 = −0,718
Fout van de tweede soort
onderscheidend vermogen = P(Z > −0,718) = 76,36%
β = 100% − 76,36% = 23,64%
Antwoord
β = 23,64%
7.Lineaire regressie en correlatie
Antwoord: r = 0,8991
Kleinstekwadratenregressie: met x̄ en ȳ de gemiddelden, Sxx = Σ(x − x̄)², Syy = Σ(y − ȳ)² en Sxy = Σ(x − x̄)(y − ȳ) heeft de lijn ŷ = a + b·x helling b = Sxy/Sxx en snijpunt a = ȳ − b·x̄, dus gaat ze altijd door (x̄, ȳ). De correlatiecoëfficiënt van Pearson r = Sxy/√(Sxx·Syy) ligt tussen −1 en 1; r² is het deel van de variatie in y dat door de lijn wordt verklaard.
Gemiddelden
x̄ = 27/6 = 4,5
ȳ = 277/6 = 46,17
Kwadraten- en productsommen
Sxx = Σ(x − x̄)² = 17,5
Sxy = Σ(x − x̄)(y − ȳ) = 46,5
Syy = Σ(y − ȳ)² = 152,8
Correlatiecoëfficiënt
r = 46,5/√(17,5·152,8) = 0,8991
Antwoord
r = 0,8991
8.Lineaire regressie en correlatie
Antwoord: e = −5,386
Kleinstekwadratenregressie: met x̄ en ȳ de gemiddelden, Sxx = Σ(x − x̄)², Syy = Σ(y − ȳ)² en Sxy = Σ(x − x̄)(y − ȳ) heeft de lijn ŷ = a + b·x helling b = Sxy/Sxx en snijpunt a = ȳ − b·x̄, dus gaat ze altijd door (x̄, ȳ). De correlatiecoëfficiënt van Pearson r = Sxy/√(Sxx·Syy) ligt tussen −1 en 1; r² is het deel van de variatie in y dat door de lijn wordt verklaard.
Gemiddelden
x̄ = 33/6 = 5,5
ȳ = 249/6 = 41,5
Kwadraten- en productsommen
Sxx = Σ(x − x̄)² = 17,5
Sxy = Σ(x − x̄)(y − ȳ) = 54,5
Regressielijn
b = 54,5/17,5 = 3,114
a = 41,5 − 3,114·5,5 = 24,37
ŷ = 24,37 + 3,114·x
Voorspelde waarde
ŷ = 24,37 + 3,114·4,5 = 38,39
Residu
e = 33 − 38,39 = −5,386
Antwoord
e = −5,386
Het punt ligt onder de lijn.
9.Chikwadraattoetsen
Antwoord: χ² = 0,3968
Chikwadraattoetsen: vergelijk waargenomen aantallen O met de onder H₀ verwachte aantallen E met χ² = Σ(O − E)²/E. Aanpassingstoets: E = n·p voor elke categorie, df = k − 1 (en nog één minder voor elke parameter die uit de data is geschat). Onafhankelijkheid in een r × c-tabel: E = rijtotaal × kolomtotaal / totaal, df = (r − 1)(c − 1). Verwerp H₀ als χ² groter is dan de kritieke waarde bij de gekozen α.
df = 1. Bij α = 0,05 is de kritieke waarde 3,841, dus H₀ (onafhankelijkheid) wordt niet verworpen.
10.Chikwadraattoetsen
Antwoord: χ² = 51,14
Chikwadraattoetsen: vergelijk waargenomen aantallen O met de onder H₀ verwachte aantallen E met χ² = Σ(O − E)²/E. Aanpassingstoets: E = n·p voor elke categorie, df = k − 1 (en nog één minder voor elke parameter die uit de data is geschat). Onafhankelijkheid in een r × c-tabel: E = rijtotaal × kolomtotaal / totaal, df = (r − 1)(c − 1). Verwerp H₀ als χ² groter is dan de kritieke waarde bij de gekozen α.