Golven en optica: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Veren en slingers

Massa aan een veer
T = 2π·√(m/k)
Slinger
T = 2π·√(L/g)
Hoekfrequentie
ω = √(k/m) = 2π/T
Maximale snelheid en versnelling
vmax = A·ω, amax = A·ω²
Energie
E = ½·k·A²

Golven, geluid & optica

Golfsnelheid
v = fλ, T = 1/f
Snaar
v = √(T/μ), μ = m/L
Geluidsniveau
β = 10·log10(I/I0), I0 = 10⁻¹² W/m²
Puntbron
I = P/(4πr²)
Staande golven
snaar of aan beide kanten open buis fn = n·v/(2L); aan één kant gesloten buis fn = n·v/(4L), n oneven
Dopplereffect
f′ = f·(v ± vo)/(v ∓ vs)
Brekingsindex
n = c/v, λ = λ0/n
Wet van Snellius
n1sin θ1 = n2sin θ2
Kritieke hoek
sin θc = n2/n1
Glasvezel
NA = sin θa = √(n1² − n2²)
Lenzen en spiegels
1/f = 1/do + 1/di, m = −di/do, mirror f = R/2
Dubbele spleet
d·sin θ = mλ, ym = mλL/d
Tralie
d = 1/N, d·sin θ = mλ, mmax ≤ d/λ
Enkele spleet
a·sin θ = mλ (dark), w = 2λL/a

Methode

  1. Bepaal het soort opgave: golfsnelheid, geluidsniveau, staande golf, Doppler, breking, lens of spiegel, of interferentie.
  2. Schrijf eerst de formule op: v = fλ, β = 10·log(I/I₀), fₙ = n·v/(2L) of n·v/(4L), f′ = f(v ± vo)/(v ∓ vs), n₁sin θ₁ = n₂sin θ₂, 1/f = 1/d₀ + 1/dᵢ, d·sin θ = mλ.
  3. Reken eenheden om: nm, mm en cm naar m, en controleer of hoeken vanaf de normaal worden gemeten.
  4. Controleer tekens en aannemelijkheid: een virtueel beeld heeft dᵢ < 0, een naderende bron klinkt hoger, een aan één kant gesloten buis heeft alleen oneven harmonischen.

2Oefenopgaven

1.Veren en slingersGemiddeld
t (s)x (cm)0,2 s

Een massa van 2,2 kg aan een veer met k = 400 N/m wordt 13 cm in de positieve richting uitgetrokken en op t = 0 vanuit rust losgelaten. Vind de uitwijking x uit de evenwichtsstand op t = 0,2 s (met teken).

m = 2,2 kgk = 400 N/mA = 13 cmt = 0,2 s
x = cm
2.Veren en slingersMoeilijk
t (s)x (cm)t = ?7,2

Een voorwerp voert een harmonische trilling uit met trillingstijd 2,9 s en amplitude 9 cm. Wat is de kortste tijd t die het nodig heeft om van zijn maximale uitwijking van 9 cm naar een uitwijking van 7,2 cm te gaan?

T = 2,9 sA = 9 cmx = 7,2 cm
t = s
3.Golven, geluid & opticaGemiddeld
S30 m/sOf = 440 Hz

Een bron van 440 Hz beweegt met 30 m/s van een stilstaande waarnemer af. De geluidssnelheid is 343 m/s. Bepaal de frequentie f′ die de waarnemer hoort.

f = 440 Hzv = 343 m/svs = 30 m/s
f′ = Hz
4.Golven, geluid & opticaMoeilijk
λ = 486 nmθ3​ = ?

Licht met golflengte 486 nm valt loodrecht op een tralie met 500 lijnen per millimeter. Bepaal de hoek θ3 van het maximum van orde 3.

N = 500 mm⁻¹λ = 486 nmm = 3
θ3 = °

3Oplossingen

1.Veren en slingers

Antwoord: x = −11,74 cm

Simple harmonic motion: a mass m on a spring of stiffness k oscillates with angular frequency ω = √(k/m) and period T = 2π/ω = 2π·√(m/k). A simple pendulum of length L has T = 2π·√(L/g). With amplitude A, the largest speed is A·ω, the largest acceleration A·ω² and the energy ½·k·A².

Hoekfrequentie

ω = √(400/2,2) = 13,48 rad/s
ω·t = 13,48·0,2 = 2,697 rad

Verplaatsing

x = A·cos(ω·t) = 13·cos(2,697) = −11,74 cm

Antwoord

x = −11,74 cm
2.Veren en slingers

Antwoord: t = 0,297 s

Simple harmonic motion: a mass m on a spring of stiffness k oscillates with angular frequency ω = √(k/m) and period T = 2π/ω = 2π·√(m/k). A simple pendulum of length L has T = 2π·√(L/g). With amplitude A, the largest speed is A·ω, the largest acceleration A·ω² and the energy ½·k·A².

Hoekfrequentie

ω = 2π/T = 2π/2,9 = 2,167 rad/s

Los op naar de tijd

0,8 = cos(ω·t) → ω·t = arccos(0,8) = 0,6435 rad
t = 0,6435/2,167 = 0,297 s

Antwoord

t = 0,297 s
3.Golven, geluid & optica

Antwoord: f′ = 404,6 Hz

Staande golven en het dopplereffect: een snaar die aan beide uiteinden vastzit, of een buis die aan beide uiteinden open is, past hele halve golflengten: L = nλ/2, fn = n·v/(2L), n = 1, 2, 3, … Een buis die aan één kant gesloten is heeft een knoop aan het gesloten einde en een buik aan het open einde: L = nλ/4 met alleen oneven n, fn = n·v/(4L). Als bron of waarnemer langs de verbindingslijn beweegt, is f′ = f·(v ± vo)/(v ∓ vs): gebruik de bovenste tekens voor beweging naar elkaar toe. Twee golven met bijna gelijke frequentie geven zwevingen met |f₁ − f₂|.

Dopplerformule

f′ = f·(v − vo)/(v + vs) = 440·(343 − 0)/(343 + 30)
f′ = 404,6 Hz

Antwoord

f′ = 404,6 Hz
4.Golven, geluid & optica

Antwoord: θ3 = 46,8 °

Interferentie en diffractie: licht van twee spleten op afstand d van elkaar bereikt een punt op het scherm met een gangverschil d·sin θ. Heldere franjes verschijnen waar d·sin θ = mλ (m = 0, ±1, ±2, …). Voor een scherm op afstand L ≫ d ligt de m-de heldere franje op y = mλL/d en is de franjeafstand Δy = λL/d. Een tralie met N lijnen per millimeter heeft d = 1/N en scherpe maxima bij d·sin θ = mλ; omdat sin θ ≤ 1, is de hoogste orde het grootste gehele getal m ≤ d/λ. Een enkele spleet met breedte a heeft donkere franjes bij a·sin θ = mλ, m = ±1, ±2, …

Lijnafstand

d = 1/500 mm = 2 × 10⁻⁶ m

Tralievergelijking

sin θ = mλ/d = 3·486 × 10⁻⁹/(2 × 10⁻⁶) = 0,729
θ = 46,8°

Antwoord

θ3 = 46,8°

ExamProblems · examproblems.com/courses/waves-and-optics