Een bedrijf verkoopt een product voor €49 per stuk. De variabele kosten zijn €45 per stuk en de vaste kosten €4 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een bedrijf verkoopt een product voor €24 per stuk. De variabele kosten zijn €20 per stuk en de vaste kosten €4 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Een product wordt verkocht voor €28 per stuk met variabele kosten van €25 per stuk. De vaste kosten zijn €7 500 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €6 000?
Een product wordt verkocht voor €8 per stuk met variabele kosten van €6 per stuk. De vaste kosten zijn €5 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €2 000?
Een bedrijf verkoopt 1 500 stuks per maand voor €23 per stuk, met variabele kosten van €15 per stuk en vaste kosten van €9 600 per maand. De variabele kosten stijgen met €2 per stuk en de prijs blijft gelijk. Hoeveel stuks Q moeten er nu per maand worden verkocht om dezelfde winst te houden?
Een product wordt verkocht voor €21 per stuk, met variabele kosten van €6 per stuk en vaste kosten van €18 000 per jaar. De begrote afzet is 1 560 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Antwoordenblad
- 1. Q = 1000 stuks
- 2. Q = 1000 stuks
- 3. Q = 4500 stuks
- 4. Q = 3500 stuks
- 5. Q = 2000 stuks
- 6. MS = 23,08 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.