Een bedrijf verkoopt een product voor €35 per stuk. De variabele kosten zijn €25 per stuk en de vaste kosten €40 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een winkel heeft vaste kosten van €150 000 per jaar. De variabele kosten zijn 40 % van de omzet. Welke omzet S is per jaar nodig om quitte te spelen?
Een bedrijf verkoopt 1 000 stuks voor €40 per stuk. De variabele kosten zijn €20 per stuk en de vaste kosten €10 000. Bereken de operationele hefboom DOL bij dit verkoopniveau.
Een product wordt verkocht voor €37 met variabele kosten van €25 per stuk. De vaste kosten zijn €30 000 per maand en over de winst wordt 25 % belasting geheven. Hoeveel stuks Q moeten er per maand worden verkocht om €9 000 na belasting te verdienen?
Een bedrijf verkoopt 3 750 stuks per maand voor €24 per stuk, met variabele kosten van €12 per stuk en vaste kosten van €30 000 per maand. De variabele kosten stijgen met €3 per stuk en de prijs blijft gelijk. Hoeveel stuks Q moeten er nu per maand worden verkocht om dezelfde winst te houden?
Een bedrijf verkoopt twee producten. Product A wordt verkocht voor €16 met variabele kosten van €12; product B voor €37 met variabele kosten van €25. Ze worden verkocht in een vaste verhouding van 4 stuks A op elke 1 B. De vaste kosten zijn €8 400 per maand. Bereken het totale aantal stuks Q (A en B samen) dat nodig is om quitte te spelen.
Antwoordenblad
- 1. Q = 4000 stuks
- 2. S = 250000 €
- 3. DOL = 2
- 4. Q = 3500 stuks
- 5. Q = 5000 stuks
- 6. Q = 1500 stuks
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.