Een bedrijf verkoopt een product voor €21 per stuk. De variabele kosten zijn €15 per stuk en de vaste kosten €15 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een bedrijf verkoopt een product voor €22 per stuk. De variabele kosten zijn €20 per stuk en de vaste kosten €4 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Een product wordt verkocht voor €40 per stuk met variabele kosten van €30 per stuk. De vaste kosten zijn €15 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €12 000?
Een product wordt verkocht voor €18 per stuk met variabele kosten van €6 per stuk. De vaste kosten zijn €18 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €6 000?
Een product wordt verkocht voor €30 per stuk, met variabele kosten van €20 per stuk en vaste kosten van €10 000 per jaar. De begrote afzet is 1 250 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Een bedrijf verkoopt 4 000 stuks per maand voor €35 per stuk, met variabele kosten van €20 per stuk en vaste kosten van €30 000 per maand. De variabele kosten stijgen met €3 per stuk en de prijs blijft gelijk. Hoeveel stuks Q moeten er nu per maand worden verkocht om dezelfde winst te houden?
Antwoordenblad
- 1. Q = 2500 stuks
- 2. Q = 2000 stuks
- 3. Q = 2700 stuks
- 4. Q = 2000 stuks
- 5. MS = 20 %
- 6. Q = 5000 stuks
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.