Een product wordt verkocht voor €12 per stuk. De variabele kosten zijn €4 per stuk en de vaste kosten €20 000 per maand. Bereken de maandwinst Π als er 4 380 stuks worden verkocht (een verlies is negatief).
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een bedrijf verkoopt een product voor €13 per stuk. De variabele kosten zijn €8 per stuk en de vaste kosten €4 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Een product wordt verkocht voor €36 met variabele kosten van €30 per stuk. De vaste kosten zijn €30 000 per maand en over de winst wordt 20 % belasting geheven. Hoeveel stuks Q moeten er per maand worden verkocht om €15 000 na belasting te verdienen?
Een bedrijf verkoopt 2 400 stuks voor €30 per stuk. De variabele kosten zijn €25 per stuk en de vaste kosten €10 000. Bereken de operationele hefboom DOL bij dit verkoopniveau.
Een bedrijf verkoopt 12 500 stuks per maand voor €16 per stuk, met variabele kosten van €4 per stuk en vaste kosten van €60 000 per maand. De variabele kosten stijgen met €2 per stuk en de prijs blijft gelijk. Hoeveel stuks Q moeten er nu per maand worden verkocht om dezelfde winst te houden?
Een product wordt verkocht voor €27 per stuk, met variabele kosten van €12 per stuk en vaste kosten van €18 000 per jaar. De begrote afzet is 1 380 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Antwoordenblad
- 1. Π = 15040 €
- 2. Q = 800 stuks
- 3. Q = 8125 stuks
- 4. DOL = 6
- 5. Q = 15000 stuks
- 6. MS = 13,04 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.