Een bedrijf verkoopt een product voor €40 per stuk. De variabele kosten zijn €30 per stuk en de vaste kosten €8 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een bedrijf verkoopt een product voor €36 per stuk. De variabele kosten zijn €30 per stuk en de vaste kosten €15 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Een product wordt verkocht voor €12 per stuk met variabele kosten van €4 per stuk. De vaste kosten zijn €20 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €12 000?
Een product kan op twee manieren worden gemaakt. Methode A heeft vaste kosten van €25 000 per jaar en variabele kosten van €10 per stuk. Methode B, meer geautomatiseerd, heeft vaste kosten van €29 000 per jaar en variabele kosten van €8 per stuk. Bij welk jaarvolume Q kosten beide methoden evenveel?
Een product wordt verkocht voor €20 per stuk, met variabele kosten van €12 per stuk en vaste kosten van €6 400 per jaar. De begrote afzet is 1 280 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Een product wordt verkocht voor €30 per stuk, met variabele kosten van €25 per stuk en vaste kosten van €6 000 per jaar. De begrote afzet is 1 380 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Antwoordenblad
- 1. Q = 800 stuks
- 2. Q = 2500 stuks
- 3. Q = 4000 stuks
- 4. Q = 2000 stuks
- 5. MS = 37,5 %
- 6. MS = 13,04 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.