Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Break-evenanalyse: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
Q€omzettotale kostenvaste kosten1880

Een product wordt verkocht voor €8 per stuk. De variabele kosten zijn €6 per stuk en de vaste kosten €5 000 per maand. Bereken de maandwinst Π als er 1 880 stuks worden verkocht (een verlies is negatief).

p = €8v = €6F = €5 000Q = 1 880
Π = €
2.Makkelijk
Q€omzettotale kostenvaste kostenQ = ?

Een bedrijf verkoopt een product voor €18 per stuk. De variabele kosten zijn €12 per stuk en de vaste kosten €6 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?

F = €6 000p = €18v = €12
Q = stuks
3.Gemiddeld
Q€ABQ = ?

Een product kan op twee manieren worden gemaakt. Methode A heeft vaste kosten van €20 000 per jaar en variabele kosten van €18 per stuk. Methode B, meer geautomatiseerd, heeft vaste kosten van €32 500 per jaar en variabele kosten van €13 per stuk. Bij welk jaarvolume Q kosten beide methoden evenveel?

FA = €20 000vA = €18FB = €32 500vB = €13
Q = stuks
4.Gemiddeld
Q€omzettotale kostenvaste kostenQ = ?

Een product wordt verkocht voor €25 per stuk met variabele kosten van €15 per stuk. De vaste kosten zijn €5 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €5 000?

F = €5 000p = €25v = €15winst = €5 000
Q = stuks
5.Moeilijk
F = €15 000, Q = ?verkoopmix2 × Ap = €10v = €51 × Bp = €40v = €25

Een bedrijf verkoopt twee producten. Product A wordt verkocht voor €10 met variabele kosten van €5; product B voor €40 met variabele kosten van €25. Ze worden verkocht in een vaste verhouding van 2 stuks A op elke 1 B. De vaste kosten zijn €15 000 per maand. Bereken het totale aantal stuks Q (A en B samen) dat nodig is om quitte te spelen.

pA = €10, vA = €5pB = €40, vB = €25A : B = 2 : 1F = €15 000
Q = stuks
6.Moeilijk
F = €9 200, Q = ?verkoopmix2 × Ap = €13v = €83 × Bp = €22v = €10

Een bedrijf verkoopt twee producten. Product A wordt verkocht voor €13 met variabele kosten van €8; product B voor €22 met variabele kosten van €10. Ze worden verkocht in een vaste verhouding van 2 stuks A op elke 3 B. De vaste kosten zijn €9 200 per maand. Bereken het totale aantal stuks Q (A en B samen) dat nodig is om quitte te spelen.

pA = €13, vA = €8pB = €22, vB = €10A : B = 2 : 3F = €9 200
Q = stuks

Antwoordenblad

  1. 1. Π = −1240 €
  2. 2. Q = 1000 stuks
  3. 3. Q = 2500 stuks
  4. 4. Q = 1000 stuks
  5. 5. Q = 1800 stuks
  6. 6. Q = 1000 stuks

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.