Een product wordt verkocht voor €8 per stuk. De variabele kosten zijn €6 per stuk en de vaste kosten €5 000 per maand. Bereken de maandwinst Π als er 1 880 stuks worden verkocht (een verlies is negatief).
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een bedrijf verkoopt een product voor €18 per stuk. De variabele kosten zijn €12 per stuk en de vaste kosten €6 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Een product kan op twee manieren worden gemaakt. Methode A heeft vaste kosten van €20 000 per jaar en variabele kosten van €18 per stuk. Methode B, meer geautomatiseerd, heeft vaste kosten van €32 500 per jaar en variabele kosten van €13 per stuk. Bij welk jaarvolume Q kosten beide methoden evenveel?
Een product wordt verkocht voor €25 per stuk met variabele kosten van €15 per stuk. De vaste kosten zijn €5 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €5 000?
Een bedrijf verkoopt twee producten. Product A wordt verkocht voor €10 met variabele kosten van €5; product B voor €40 met variabele kosten van €25. Ze worden verkocht in een vaste verhouding van 2 stuks A op elke 1 B. De vaste kosten zijn €15 000 per maand. Bereken het totale aantal stuks Q (A en B samen) dat nodig is om quitte te spelen.
Een bedrijf verkoopt twee producten. Product A wordt verkocht voor €13 met variabele kosten van €8; product B voor €22 met variabele kosten van €10. Ze worden verkocht in een vaste verhouding van 2 stuks A op elke 3 B. De vaste kosten zijn €9 200 per maand. Bereken het totale aantal stuks Q (A en B samen) dat nodig is om quitte te spelen.
Antwoordenblad
- 1. Π = −1240 €
- 2. Q = 1000 stuks
- 3. Q = 2500 stuks
- 4. Q = 1000 stuks
- 5. Q = 1800 stuks
- 6. Q = 1000 stuks
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.