Een bedrijf verkoopt een product voor €18 per stuk. De variabele kosten zijn €8 per stuk en de vaste kosten €15 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een bedrijf verkoopt een product voor €47 per stuk. De variabele kosten zijn €45 per stuk en de vaste kosten €4 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Een product wordt verkocht voor €60 met variabele kosten van €45 per stuk. De vaste kosten zijn €30 000 per maand en over de winst wordt 25 % belasting geheven. Hoeveel stuks Q moeten er per maand worden verkocht om €9 000 na belasting te verdienen?
Een product kan op twee manieren worden gemaakt. Methode A heeft vaste kosten van €15 000 per jaar en variabele kosten van €15 per stuk. Methode B, meer geautomatiseerd, heeft vaste kosten van €30 000 per jaar en variabele kosten van €12 per stuk. Bij welk jaarvolume Q kosten beide methoden evenveel?
Een product wordt verkocht voor €49 per stuk, met variabele kosten van €45 per stuk en vaste kosten van €20 000 per jaar. De begrote afzet is 5 750 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Een product wordt verkocht voor €42 per stuk, met variabele kosten van €30 per stuk en vaste kosten van €9 600 per jaar. De begrote afzet is 1 040 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Antwoordenblad
- 1. Q = 1500 stuks
- 2. Q = 2000 stuks
- 3. Q = 2800 stuks
- 4. Q = 5000 stuks
- 5. MS = 13,04 %
- 6. MS = 23,08 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.