Een bedrijf verkoopt een product voor €38 per stuk. De variabele kosten zijn €18 per stuk en de vaste kosten €40 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een bedrijf verkoopt een product voor €53 per stuk. De variabele kosten zijn €45 per stuk en de vaste kosten €16 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Een bedrijf verkoopt 7 500 stuks voor €17 per stuk. De variabele kosten zijn €12 per stuk en de vaste kosten €12 500. Bereken de operationele hefboom DOL bij dit verkoopniveau.
Een product kan op twee manieren worden gemaakt. Methode A heeft vaste kosten van €25 000 per jaar en variabele kosten van €8 per stuk. Methode B, meer geautomatiseerd, heeft vaste kosten van €27 400 per jaar en variabele kosten van €5 per stuk. Bij welk jaarvolume Q kosten beide methoden evenveel?
Een bedrijf verkoopt 1 920 stuks voor €15 per stuk, met variabele kosten van €12 per stuk en vaste kosten van €3 600. Met welk percentage %ΔΠ verandert het bedrijfsresultaat als het afzetvolume met 15 % stijgt?
Een product wordt verkocht voor €24 per stuk, met variabele kosten van €4 per stuk en vaste kosten van €30 000 per jaar. De begrote afzet is 2 250 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Antwoordenblad
- 1. Q = 2000 stuks
- 2. Q = 2000 stuks
- 3. DOL = 1,5
- 4. Q = 800 stuks
- 5. %ΔΠ = 40 %
- 6. MS = 33,33 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.