Een bedrijf verkoopt een product voor €42 per stuk. De variabele kosten zijn €30 per stuk en de vaste kosten €6 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een bedrijf verkoopt een product voor €8 per stuk. De variabele kosten zijn €4 per stuk en de vaste kosten €3 200 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Een product wordt verkocht voor €25 per stuk met variabele kosten van €15 per stuk. De vaste kosten zijn €20 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €2 000?
Een bedrijf verkoopt 7 500 stuks voor €27 per stuk. De variabele kosten zijn €15 per stuk en de vaste kosten €60 000. Bereken de operationele hefboom DOL bij dit verkoopniveau.
Een product wordt verkocht voor €28 per stuk, met variabele kosten van €18 per stuk en vaste kosten van €10 000 per jaar. De begrote afzet is 1 800 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Een bedrijf verkoopt 10 000 stuks per maand voor €24 per stuk, met variabele kosten van €18 per stuk en vaste kosten van €30 000 per maand. De variabele kosten stijgen met €2 per stuk en de prijs blijft gelijk. Hoeveel stuks Q moeten er nu per maand worden verkocht om dezelfde winst te houden?
Antwoordenblad
- 1. Q = 500 stuks
- 2. Q = 800 stuks
- 3. Q = 2200 stuks
- 4. DOL = 3
- 5. MS = 44,44 %
- 6. Q = 15000 stuks
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.