Een bedrijf verkoopt een product voor €25 per stuk. De variabele kosten zijn €20 per stuk en de vaste kosten €12 500 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een bedrijf verkoopt een product voor €13 per stuk. De variabele kosten zijn €8 per stuk en de vaste kosten €25 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Een product wordt verkocht voor €50 per stuk met variabele kosten van €30 per stuk. De vaste kosten zijn €50 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €12 000?
Een product kan op twee manieren worden gemaakt. Methode A heeft vaste kosten van €30 000 per jaar en variabele kosten van €8 per stuk. Methode B, meer geautomatiseerd, heeft vaste kosten van €42 000 per jaar en variabele kosten van €2 per stuk. Bij welk jaarvolume Q kosten beide methoden evenveel?
Een product wordt verkocht voor €9 per stuk, met variabele kosten van €6 per stuk en vaste kosten van €3 000 per jaar. De begrote afzet is 1 150 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Een product wordt verkocht voor €18 per stuk, met variabele kosten van €8 per stuk en vaste kosten van €12 000 per jaar. De begrote afzet is 1 560 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Antwoordenblad
- 1. Q = 2500 stuks
- 2. Q = 5000 stuks
- 3. Q = 3100 stuks
- 4. Q = 2000 stuks
- 5. MS = 13,04 %
- 6. MS = 23,08 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.