Een bedrijf verkoopt een product voor €16 per stuk. De variabele kosten zijn €12 per stuk en de vaste kosten €4 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een bedrijf verkoopt een product voor €33 per stuk. De variabele kosten zijn €18 per stuk en de vaste kosten €30 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Een product wordt verkocht voor €18 per stuk met variabele kosten van €8 per stuk. De vaste kosten zijn €40 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €2 000?
Een product kan op twee manieren worden gemaakt. Methode A heeft vaste kosten van €10 000 per jaar en variabele kosten van €18 per stuk. Methode B, meer geautomatiseerd, heeft vaste kosten van €11 600 per jaar en variabele kosten van €16 per stuk. Bij welk jaarvolume Q kosten beide methoden evenveel?
Een bedrijf verkoopt twee producten. Product A wordt verkocht voor €10 met variabele kosten van €5; product B voor €30 met variabele kosten van €20. Ze worden verkocht in een vaste verhouding van 2 stuks A op elke 3 B. De vaste kosten zijn €8 000 per maand. Bereken het totale aantal stuks Q (A en B samen) dat nodig is om quitte te spelen.
Een product wordt verkocht voor €17 per stuk, met variabele kosten van €15 per stuk en vaste kosten van €8 000 per jaar. De begrote afzet is 4 800 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Antwoordenblad
- 1. Q = 1000 stuks
- 2. Q = 2000 stuks
- 3. Q = 4200 stuks
- 4. Q = 800 stuks
- 5. Q = 1000 stuks
- 6. MS = 16,67 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.