Een product wordt verkocht voor €32 per stuk. De variabele kosten zijn €12 per stuk en de vaste kosten €80 000 per maand. Bereken de maandwinst Π als er 5 000 stuks worden verkocht (een verlies is negatief).
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een bedrijf verkoopt een product voor €16 per stuk. De variabele kosten zijn €8 per stuk en de vaste kosten €32 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Een bedrijf verkoopt 6 000 stuks voor €23 per stuk. De variabele kosten zijn €20 per stuk en de vaste kosten €12 000. Bereken de operationele hefboom DOL bij dit verkoopniveau.
Een product wordt verkocht voor €25 per stuk met variabele kosten van €15 per stuk. De vaste kosten zijn €10 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €5 000?
Een bedrijf verkoopt 1 600 stuks per maand voor €18 per stuk, met variabele kosten van €12 per stuk en vaste kosten van €4 800 per maand. De variabele kosten stijgen met €3 per stuk en de prijs blijft gelijk. Hoeveel stuks Q moeten er nu per maand worden verkocht om dezelfde winst te houden?
Een product wordt verkocht voor €36 per stuk, met variabele kosten van €30 per stuk en vaste kosten van €15 000 per jaar. De begrote afzet is 3 750 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Antwoordenblad
- 1. Π = 20000 €
- 2. Q = 4000 stuks
- 3. DOL = 3
- 4. Q = 1500 stuks
- 5. Q = 3200 stuks
- 6. MS = 33,33 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.