Een product wordt verkocht voor €20 per stuk. De variabele kosten zijn €18 per stuk en de vaste kosten €1 600 per maand. Bereken de maandwinst Π als er 1 600 stuks worden verkocht (een verlies is negatief).
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een bedrijf verkoopt een product voor €16 per stuk. De variabele kosten zijn €8 per stuk en de vaste kosten €4 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Een product wordt verkocht voor €65 per stuk met variabele kosten van €45 per stuk. De vaste kosten zijn €20 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €6 000?
Een bedrijf verkoopt 7 500 stuks voor €25 per stuk. De variabele kosten zijn €15 per stuk en de vaste kosten €25 000. Bereken de operationele hefboom DOL bij dit verkoopniveau.
Een bedrijf verkoopt 3 000 stuks per maand voor €24 per stuk, met variabele kosten van €12 per stuk en vaste kosten van €18 000 per maand. De variabele kosten stijgen met €4 per stuk en de prijs blijft gelijk. Hoeveel stuks Q moeten er nu per maand worden verkocht om dezelfde winst te houden?
Een product wordt verkocht voor €50 per stuk, met variabele kosten van €45 per stuk en vaste kosten van €10 000 per jaar. De begrote afzet is 2 300 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Antwoordenblad
- 1. Π = 1600 €
- 2. Q = 500 stuks
- 3. Q = 1300 stuks
- 4. DOL = 1,5
- 5. Q = 4500 stuks
- 6. MS = 13,04 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.