Een bedrijf verkoopt een product voor €60 per stuk. De variabele kosten zijn €45 per stuk en de vaste kosten €22 500 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een cateraar verwacht 4 000 maaltijden per maand te verkopen. Elke maaltijd heeft variabele kosten van €25 en de vaste kosten zijn €32 000 per maand. Wat is de laagste prijs p per maaltijd waarbij de cateraar quitte speelt?
Een bedrijf verkoopt 3 000 stuks voor €14 per stuk. De variabele kosten zijn €4 per stuk en de vaste kosten €10 000. Bereken de operationele hefboom DOL bij dit verkoopniveau.
Een product wordt verkocht voor €16 per stuk met variabele kosten van €6 per stuk. De vaste kosten zijn €8 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €2 000?
Een bedrijf verkoopt 1 500 stuks per maand voor €35 per stuk, met variabele kosten van €20 per stuk en vaste kosten van €18 000 per maand. De variabele kosten stijgen met €3 per stuk en de prijs blijft gelijk. Hoeveel stuks Q moeten er nu per maand worden verkocht om dezelfde winst te houden?
Een bedrijf verkoopt 3 750 stuks voor €23 per stuk, met variabele kosten van €8 per stuk en vaste kosten van €37 500. Met welk percentage %ΔΠ verandert het bedrijfsresultaat als het afzetvolume met 5 % stijgt?
Antwoordenblad
- 1. Q = 1500 stuks
- 2. p = 33 €
- 3. DOL = 1,5
- 4. Q = 1000 stuks
- 5. Q = 1875 stuks
- 6. %ΔΠ = 15 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.