Een bedrijf verkoopt een product voor €35 per stuk. De variabele kosten zijn €25 per stuk en de vaste kosten €15 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een bedrijf verkoopt een product voor €26 per stuk. De variabele kosten zijn €6 per stuk en de vaste kosten €80 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Een product wordt verkocht voor €10 met variabele kosten van €6 per stuk. De vaste kosten zijn €3 200 per maand en over de winst wordt 25 % belasting geheven. Hoeveel stuks Q moeten er per maand worden verkocht om €1 500 na belasting te verdienen?
Een product wordt verkocht voor €13 met variabele kosten van €8 per stuk. De vaste kosten zijn €6 000 per maand en over de winst wordt 20 % belasting geheven. Hoeveel stuks Q moeten er per maand worden verkocht om €1 000 na belasting te verdienen?
Een product wordt verkocht voor €65 per stuk, met variabele kosten van €45 per stuk en vaste kosten van €20 000 per jaar. De begrote afzet is 1 150 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Een bedrijf verkoopt 3 000 stuks per maand voor €12 per stuk, met variabele kosten van €6 per stuk en vaste kosten van €12 000 per maand. De variabele kosten stijgen met €1 per stuk en de prijs blijft gelijk. Hoeveel stuks Q moeten er nu per maand worden verkocht om dezelfde winst te houden?
Antwoordenblad
- 1. Q = 1500 stuks
- 2. Q = 4000 stuks
- 3. Q = 1300 stuks
- 4. Q = 1450 stuks
- 5. MS = 13,04 %
- 6. Q = 3600 stuks
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.