Een product wordt verkocht voor €16 per stuk. De variabele kosten zijn €8 per stuk en de vaste kosten €9 600 per maand. Bereken de maandwinst Π als er 2 100 stuks worden verkocht (een verlies is negatief).
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een bedrijf verkoopt een product voor €28 per stuk. De variabele kosten zijn €8 per stuk en de vaste kosten €80 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Een product wordt verkocht voor €20 per stuk met variabele kosten van €15 per stuk. De vaste kosten zijn €10 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €6 000?
Een product wordt verkocht voor €28 met variabele kosten van €18 per stuk. De vaste kosten zijn €50 000 per maand en over de winst wordt 20 % belasting geheven. Hoeveel stuks Q moeten er per maand worden verkocht om €25 000 na belasting te verdienen?
Een product wordt verkocht voor €18 per stuk, met variabele kosten van €8 per stuk en vaste kosten van €10 000 per jaar. De begrote afzet is 1 600 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Een bedrijf verkoopt 3 000 stuks per maand voor €28 per stuk, met variabele kosten van €8 per stuk en vaste kosten van €30 000 per maand. De variabele kosten stijgen met €5 per stuk en de prijs blijft gelijk. Hoeveel stuks Q moeten er nu per maand worden verkocht om dezelfde winst te houden?
Antwoordenblad
- 1. Π = 7200 €
- 2. Q = 4000 stuks
- 3. Q = 3200 stuks
- 4. Q = 8125 stuks
- 5. MS = 37,5 %
- 6. Q = 4000 stuks
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.