Een bedrijf verkoopt een product voor €24 per stuk. De variabele kosten zijn €20 per stuk en de vaste kosten €4 800 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een bedrijf verkoopt een product voor €36 per stuk. De variabele kosten zijn €30 per stuk en de vaste kosten €9 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Een product wordt verkocht voor €28 per stuk met variabele kosten van €8 per stuk. De vaste kosten zijn €100 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €6 000?
Een bedrijf verkoopt 6 400 stuks voor €16 per stuk. De variabele kosten zijn €8 per stuk en de vaste kosten €32 000. Bereken de operationele hefboom DOL bij dit verkoopniveau.
Een bedrijf verkoopt 6 250 stuks per maand voor €33 per stuk, met variabele kosten van €30 per stuk en vaste kosten van €7 500 per maand. De variabele kosten stijgen met €1 per stuk en de prijs blijft gelijk. Hoeveel stuks Q moeten er nu per maand worden verkocht om dezelfde winst te houden?
Een bedrijf verkoopt 3 000 stuks per maand voor €27 per stuk, met variabele kosten van €12 per stuk en vaste kosten van €18 000 per maand. De variabele kosten stijgen met €3 per stuk en de prijs blijft gelijk. Hoeveel stuks Q moeten er nu per maand worden verkocht om dezelfde winst te houden?
Antwoordenblad
- 1. Q = 1200 stuks
- 2. Q = 1500 stuks
- 3. Q = 5300 stuks
- 4. DOL = 2,667
- 5. Q = 9375 stuks
- 6. Q = 3750 stuks
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.