Een bedrijf verkoopt een product voor €18 per stuk. De variabele kosten zijn €6 per stuk en de vaste kosten €24 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een bedrijf verkoopt een product voor €9 per stuk. De variabele kosten zijn €6 per stuk en de vaste kosten €1 500 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Een product wordt verkocht voor €24 per stuk met variabele kosten van €4 per stuk. De vaste kosten zijn €24 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €12 000?
Een bedrijf verkoopt 2 000 stuks voor €38 per stuk. De variabele kosten zijn €30 per stuk en de vaste kosten €6 400. Bereken de operationele hefboom DOL bij dit verkoopniveau.
Een bedrijf verkoopt twee producten. Product A wordt verkocht voor €9 met variabele kosten van €5; product B voor €38 met variabele kosten van €30. Ze worden verkocht in een vaste verhouding van 2 stuks A op elke 3 B. De vaste kosten zijn €9 600 per maand. Bereken het totale aantal stuks Q (A en B samen) dat nodig is om quitte te spelen.
Een product wordt verkocht voor €47 per stuk, met variabele kosten van €45 per stuk en vaste kosten van €10 000 per jaar. De begrote afzet is 9 000 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Antwoordenblad
- 1. Q = 2000 stuks
- 2. Q = 500 stuks
- 3. Q = 1800 stuks
- 4. DOL = 1,667
- 5. Q = 1500 stuks
- 6. MS = 44,44 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.