Aan 200 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) wordt 36 kJ warmte toegevoerd. Bereken de temperatuurstijging ΔT.
Werkblad Calorimetrie en enthalpie met antwoorden
Hoeveel warmte q is nodig om 1000 g water te verwarmen van 25 °C tot 75 °C? De soortelijke warmte van water is 4,18 J/(g·°C). Geef het antwoord in kJ.
Een blok lood van 250 g (c = 0,129 J/(g·°C)) met een temperatuur van 200 °C wordt in een geïsoleerde beker met 100 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 22 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Een blok ijzer van 50 g (c = 0,449 J/(g·°C)) met een temperatuur van 130 °C wordt in een geïsoleerde beker met 250 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 18 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om de warmte q te berekenen die vrijkomt als 100 g C2H5OH (M = 46,07 g/mol) volledig verbrandt: C2H5OH + 3O₂ → 2CO₂ + 3H₂O(l). Geef q als positief getal.
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om ΔH° te berekenen voor de reactie C6H12O6 + 6O₂ → 6CO₂ + 6H₂O(l).
Antwoordenblad
- 1. ΔT = 43,06 °C
- 2. q = 209 kJ
- 3. Tf = 34,75 °C
- 4. Tf = 20,36 °C
- 5. q = 2967 kJ
- 6. ΔH° = −2802 kJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.