Hoeveel warmte q is nodig om 500 g water te verwarmen van 22 °C tot 55 °C? De soortelijke warmte van water is 4,18 J/(g·°C). Geef het antwoord in kJ.
Werkblad Calorimetrie en enthalpie met antwoorden
Aan 200 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) wordt 42 kJ warmte toegevoerd. Bereken de temperatuurstijging ΔT.
Een blok zink van 250 g (c = 0,388 J/(g·°C)) met een temperatuur van 180 °C wordt in een geïsoleerde beker met 300 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 16 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Een blok koper van 50 g (c = 0,385 J/(g·°C)) met een temperatuur van 140 °C wordt in een geïsoleerde beker met 400 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 22 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om de warmte q te berekenen die vrijkomt als 25 g C2H5OH (M = 46,07 g/mol) volledig verbrandt: C2H5OH + 3O₂ → 2CO₂ + 3H₂O(l). Geef q als positief getal.
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om de warmte q te berekenen die vrijkomt als 50 g C3H8 (M = 44,1 g/mol) volledig verbrandt: C3H8 + 5O₂ → 3CO₂ + 4H₂O(l). Geef q als positief getal.
Antwoordenblad
- 1. q = 68,97 kJ
- 2. ΔT = 50,24 °C
- 3. Tf = 27,77 °C
- 4. Tf = 23,34 °C
- 5. q = 741,6 kJ
- 6. q = 2517 kJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.