Een klein voorwerp ligt op 110 cm van de as van een schijf die met een constante 120 omwentelingen per minuut draait. Vind de snelheid v van het voorwerp.
Werkblad Cirkelbeweging met antwoorden
Een steen van 0,1 kg wordt aan een touw rondgeslingerd in een horizontale cirkel met straal 1,8 m op een gladde, vlakke tafel. Het touw breekt bij een spankracht van 160 N. Vind de hoogste snelheid vmax die de steen kan hebben.
Een klein balletje aan een touwtje met lengte 0,3 m beweegt in een horizontale cirkel, zodat het touwtje een constante hoek van 35° met de verticaal maakt (een kegelslinger). Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de snelheid v van het balletje.
In een rotor op de kermis staan de deelnemers tegen de wand van een verticale cilinder met straal 1,7 m. Als die snel genoeg draait, zakt de vloer weg en houdt de wrijving hen omhoog. De statische wrijvingscoëfficiënt is 0,8. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind het kleinste toerental n in omwentelingen per minuut.
Een bal van 1,6 kg aan een touw van 1,2 m wordt rondgeslingerd in een verticale cirkel. In het laagste punt beweegt hij met 3 m/s. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de spankracht T in het touw in het laagste punt.
Een bocht met straal 100 m heeft een verkanting van 25°, en de statische wrijvingscoëfficiënt tussen banden en weg is 0,2. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de laagste snelheid vmin waarmee een auto de bocht kan nemen zonder naar beneden te glijden.
Antwoordenblad
- 1. v = 13,82 m/s
- 2. vmax = 53,67 m/s
- 3. v = 1,087 m/s
- 4. n = 25,65 rpm
- 5. T = 27,7 N
- 6. vmin = 15,46 m/s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.