Een auto van 1200 kg rijdt met een constante snelheid van 27 m/s door een vlakke bocht met een straal van 30 m. Bereken de benodigde kracht naar binnen (centripetale kracht) Fc.
Werkblad Cirkelbeweging met antwoorden
Een steen van 1,7 kg wordt aan een touw rondgeslingerd in een horizontale cirkel met straal 1,6 m op een gladde, vlakke tafel. Het touw breekt bij een spankracht van 30 N. Vind de hoogste snelheid vmax die de steen kan hebben.
Een auto van 1300 kg rijdt met 10 m/s over de top van een bult in de weg. De top van de bult is een cirkelboog met straal 110 m. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de normaalkracht N van de weg op de auto bovenaan.
Een klein balletje aan een touwtje met lengte 0,3 m beweegt in een horizontale cirkel, zodat het touwtje een constante hoek van 45° met de verticaal maakt (een kegelslinger). Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de tijd T voor één omwenteling.
Een bal van 1,3 kg aan een touw van 0,6 m wordt rondgeslingerd in een verticale cirkel. In het laagste punt beweegt hij met 5,5 m/s. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de spankracht T in het touw in het laagste punt.
Een klein karretje wordt vanuit rust losgelaten op een wrijvingsloze baan en rijdt een verticale looping met straal 2 m in. Vanaf welke minimale hoogte hmin boven het laagste punt van de looping moet het starten om bovenaan in de looping op de baan te blijven?
Antwoordenblad
- 1. Fc = 29160 N
- 2. vmax = 5,314 m/s
- 3. N = 11571 N
- 4. T = 0,924 s
- 5. T = 78,29 N
- 6. hmin = 5 m
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.