Een auto van 800 kg rijdt met een constante snelheid van 9 m/s door een vlakke bocht met een straal van 60 m. Bereken de centripetale versnelling ac.
Werkblad Cirkelbeweging met antwoorden
Een auto van 1000 kg rijdt met een constante snelheid van 21 m/s door een vlakke bocht met een straal van 60 m. Bereken de benodigde kracht naar binnen (centripetale kracht) Fc.
In een rotor op de kermis staan de deelnemers tegen de wand van een verticale cilinder met straal 1,5 m. Als die snel genoeg draait, zakt de vloer weg en houdt de wrijving hen omhoog. De statische wrijvingscoëfficiënt is 0,5. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de kleinste hoeksnelheid ω in rad/s.
In een rotor op de kermis staan de deelnemers tegen de wand van een verticale cilinder met straal 1,9 m. Als die snel genoeg draait, zakt de vloer weg en houdt de wrijving hen omhoog. De statische wrijvingscoëfficiënt is 0,7. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de kleinste hoeksnelheid ω in rad/s.
Een bal aan een touw van 0,7 m wordt rondgeslingerd in een verticale cirkel. Gebruik g = 9,81 m/s². Wat is de kleinste snelheid vmin in het hoogste punt waarbij het touw nog net strak blijft?
Een bocht met straal 240 m heeft een verkanting van 30°, en de statische wrijvingscoëfficiënt tussen banden en weg is 0,15. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de hoogste snelheid vmax waarmee een auto de bocht kan nemen zonder naar boven en naar buiten te glijden.
Antwoordenblad
- 1. ac = 1,35 m/s²
- 2. Fc = 7350 N
- 3. ω = 3,617 rad/s
- 4. ω = 2,716 rad/s
- 5. vmin = 2,62 m/s
- 6. vmax = 43,3 m/s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.