Voor het comfort van de reizigers mag de centripetale versnelling in een spoorbocht niet groter zijn dan 0,8 m/s². Wat is de kleinste straal rmin voor een bocht die met 240 km/h wordt genomen?
Werkblad Cirkelbeweging met antwoorden
Een auto van 1600 kg rijdt met een constante snelheid van 16 m/s door een vlakke bocht met een straal van 110 m. Bereken de centripetale versnelling ac.
In een rotor op de kermis staan de deelnemers tegen de wand van een verticale cilinder met straal 3,6 m. Als die snel genoeg draait, zakt de vloer weg en houdt de wrijving hen omhoog. De statische wrijvingscoëfficiënt is 0,5. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de kleinste hoeksnelheid ω in rad/s.
Een auto neemt een vlakke bocht met een straal van 65 m. De statische wrijvingscoëfficiënt tussen banden en weg is 0,4. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de hoogste snelheid vmax waarmee de auto de bocht kan nemen zonder te slippen.
Een bal van 1,8 kg aan een touw van 0,8 m wordt rondgeslingerd in een verticale cirkel. In het laagste punt beweegt hij met 4,5 m/s. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de spankracht T in het touw in het laagste punt.
Een bocht met straal 190 m heeft een verkanting van 10°, en de statische wrijvingscoëfficiënt tussen banden en weg is 0,1. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de laagste snelheid vmin waarmee een auto de bocht kan nemen zonder naar beneden te glijden.
Antwoordenblad
- 1. rmin = 5556 m
- 2. ac = 2,327 m/s²
- 3. ω = 2,335 rad/s
- 4. vmax = 15,97 m/s
- 5. T = 63,22 N
- 6. vmin = 11,82 m/s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.