Een auto van 1300 kg rijdt met een constante snelheid van 28 m/s door een vlakke bocht met een straal van 140 m. Bereken de benodigde kracht naar binnen (centripetale kracht) Fc.
Werkblad Cirkelbeweging met antwoorden
Een auto van 1500 kg rijdt met een constante snelheid van 27 m/s door een vlakke bocht met een straal van 140 m. Bereken de centripetale versnelling ac.
Een auto neemt een vlakke bocht met een straal van 125 m. De statische wrijvingscoëfficiënt tussen banden en weg is 0,8. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de hoogste snelheid vmax waarmee de auto de bocht kan nemen zonder te slippen.
In een rotor op de kermis staan de deelnemers tegen de wand van een verticale cilinder met straal 2,6 m. Als die snel genoeg draait, zakt de vloer weg en houdt de wrijving hen omhoog. De statische wrijvingscoëfficiënt is 0,4. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de kleinste hoeksnelheid ω in rad/s.
Een bal van 1,9 kg aan een touw van 1,1 m wordt rondgeslingerd in een verticale cirkel. In het laagste punt beweegt hij met 5 m/s. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de spankracht T in het touw in het laagste punt.
Een bocht met straal 120 m heeft een verkanting van 20°, en de statische wrijvingscoëfficiënt tussen banden en weg is 0,2. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de laagste snelheid vmin waarmee een auto de bocht kan nemen zonder naar beneden te glijden.
Antwoordenblad
- 1. Fc = 7280 N
- 2. ac = 5,207 m/s²
- 3. vmax = 31,32 m/s
- 4. ω = 3,071 rad/s
- 5. T = 61,82 N
- 6. vmin = 13,41 m/s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.