Werkblad Klinische beoordelingsscores met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Klinische beoordelingsscores: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
14575SBPDBPmmHgMAP = ?

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). De bloeddruk van een patiënt is 145/75 mmHg. Bepaal de gemiddelde arteriële druk MAP = (SBP + 2·DBP)/3, op de dichtstbijzijnde hele mmHg.

SBP 145 mmHgDBP 75 mmHg
MAP = mmHg
2.Makkelijk
131 kg169 cmBMI = kg/m²BMI = ?

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een volwassene weegt 131 kg en is 169 cm lang. Bepaal de body mass index BMI = gewicht (kg)/lengte (m)². Rond af op één decimaal.

131 kg169 cm
BMI = kg/m²
3.Gemiddeld
H? / 25+D? / 15+Aid? / 30+IV? / 20+G? / 20+MS? / 15Σ?

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenpatiënt wordt beoordeeld met de Morse Fall Scale: eerdere val in de afgelopen 3 maanden: nee; secundaire diagnose: nee; loophulpmiddel: geen, bedrust of verpleegkundige helpt; IV-therapie of zoutslot: nee; looppatroon: normaal, bedrust of rolstoel; mentale toestand: overschat of vergeet grenzen. Bepaal het Morse-totaal MFS.

0–125
MFS =
4.Gemiddeld
E2 / 4+V2 / 5+M? / 6GCS 5?

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenkaart registreert GCS 5, met E2 en V2. Welke motorische score M is genoteerd en welke reactie beschrijft die? Geef het getal.

GCS 5E2V2
M =
5.Moeilijk
3210123RR≤89–1112–2021–24≥25SpO₂≤9192–9394–95≥96lucht / O₂O₂luchtSBP≤9091–100101–110111–219≥220HR≤4041–5051–9091–110111–130≥131ACVPUAC, V, P, UT °C≤35,035,1–36,036,1–38,038,1–39,0≥39,1laaglaag-matigmiddelhoog

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Gebruik de NEWS2-kaart (SpO₂-schaal 1) voor deze waarnemingen: ademfrequentie 26/min, SpO₂ 94% op kamerlucht, bloeddruk 142/86 mmHg, hartslag 64/min, reageert alleen op pijn, temperatuur 35,0 °C. In welke klinische risicogroep valt de patiënt? Klik erop.

RR 26SpO₂ 94%luchtSBP 142HR 64PT 35,0 °C
  1. 1laag
  2. 2laag-matig
  3. 3middel
  4. 4hoog
6.Moeilijk
laag risicomatig risicohoog risico

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenpatiënt wordt beoordeeld met de Morse Fall Scale: eerdere val in de afgelopen 3 maanden: nee; secundaire diagnose: ja; loophulpmiddel: geen, bedrust of verpleegkundige helpt; IV-therapie of zoutslot: nee; looppatroon: normaal, bedrust of rolstoel; mentale toestand: overschat of vergeet grenzen. Gebruik de afkappunten 0–24 laag, 25–44 matig en 45 of meer hoog en klik op het niveau van het valrisico.

  1. 1laag risico
  2. 2matig risico
  3. 3hoog risico

Antwoordenblad

  1. 1. MAP = 98 mmHg
  2. 2. BMI = 45,9 kg/m²
  3. 3. MFS = 15
  4. 4. M = 1
  5. 5. hoog
  6. 6. matig risico

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.