1.Makkelijk
Artikel 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens verbiedt discriminatie:
- ABij het genot van de andere verdragsrechten
- BAlleen op grond van nationaliteit
- CAlleen door particuliere werkgevers
- DOp elk terrein van het leven, als zelfstandig recht
2.Makkelijk
Rechterlijke toetsing (judicial review) stelt rechters in staat om:
- AMinisters te benoemen
- BElke wetgeving te herschrijven die zij onverstandig achten
- CNa te gaan of overheidsorganen rechtmatig handelen
- DVerkiezingen te beslissen
3.Makkelijk
Een ombudsman:
- AVervolgt strafbare feiten die door ministers en ambtenaren zijn gepleegd
- BBehandelt hoger beroep tegen uitspraken van de hoogste rechter
- COnderzoekt klachten over onbehoorlijk bestuur door overheidsorganen
- DSchrijft wetsvoorstellen voor het parlement
4.Gemiddeld
Volgens artikel 94 van de Nederlandse Grondwet:
- APassen Nederlandse rechters wetten niet toe die strijdig zijn met een ieder verbindende verdragsbepalingen
- BMoeten Nederlandse rechters alle verdragsvragen aan de Raad van State voorleggen
- CKunnen Nederlandse rechters wetten vernietigen die strijdig zijn met de Grondwet of met algemene beginselen
- DPassen Nederlandse rechters wetten toe, ook als die strijdig zijn met verdragen
5.Gemiddeld
Parlementaire soevereiniteit (volgens Dicey) betekent dat:
- AHet parlement elke wet kan maken of opheffen en geen orgaan zijn wetten opzij kan zetten
- BDe uitvoerende macht het parlement kan passeren
- CRechters elke parlementswet kunnen vernietigen die strijdig is met rechten uit de common law
- DHet parlement eerdere parlementen moet gehoorzamen
6.Gemiddeld
In Marbury v Madison (1803) vestigde het Amerikaanse Hooggerechtshof:
- ADe bevoegdheid van rechters om wetten aan de grondwet te toetsen
- BHet vetorecht van de president
- CDe bevoegdheid van het Congres om beslissingen van de federale rechterlijke macht terzijde te schuiven
- DHet recht om wapens te dragen
7.Moeilijk
In R v Home Secretary, ex p Simms legde Lord Hoffmann het "principle of legality" uit als:
- AAlgemene woorden in een wet worden geacht fundamentele rechten niet opzij te zetten
- BRechters mogen wetten vernietigen die fundamentele rechten schenden
- CHet parlement kan geen wetten maken die tegen fundamentele rechten ingaan
- DMinisters mogen fundamentele rechten beperken wanneer dat in het algemeen belang is
8.Moeilijk
In het Harmonisatiewet-arrest (1989) oordeelde de Hoge Raad dat artikel 120 van de Grondwet:
- AAlleen geldt voor gedelegeerde wetgeving
- BRechters toestaat wetten te vernietigen die fundamentele beginselen zoals rechtszekerheid schenden
- COpzij werd gezet door het rechtszekerheidsbeginsel
- DRechters verhindert wetten in formele zin aan fundamentele rechtsbeginselen te toetsen
Antwoordenblad
- 1. A · Bij het genot van de andere verdragsrechten
- 2. C · Na te gaan of overheidsorganen rechtmatig handelen
- 3. C · Onderzoekt klachten over onbehoorlijk bestuur door overheidsorganen
- 4. A · Passen Nederlandse rechters wetten niet toe die strijdig zijn met een ieder verbindende verdragsbepalingen
- 5. A · Het parlement elke wet kan maken of opheffen en geen orgaan zijn wetten opzij kan zetten
- 6. A · De bevoegdheid van rechters om wetten aan de grondwet te toetsen
- 7. A · Algemene woorden in een wet worden geacht fundamentele rechten niet opzij te zetten
- 8. D · Rechters verhindert wetten in formele zin aan fundamentele rechtsbeginselen te toetsen
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.