Werkblad Wet van Coulomb en elektrische velden met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Wet van Coulomb en elektrische velden: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
−−5 µC++8 µCr = 3 cm

Twee puntladingen van −5 µC en +8 µC bevinden zich op 3 cm van elkaar. Bereken de grootte van de elektrische kracht F tussen beide. Gebruik k = 8,99 × 10⁹ N·m²/C².

q1 = −5 µCq2 = +8 µCr = 3 cm
F = N
2.Makkelijk
+ + + + + +− − − − − −e⁻E = 1000 N/C

Een elektron (lading −1,602 × 10⁻¹⁹ C, massa 9,109 × 10⁻³¹ kg) bevindt zich in een homogeen elektrisch veld van 1000 N/C. Vind, zonder zwaartekracht, de grootte van de versnelling a.

E = 1000 N/C|q| = 1,602 × 10⁻¹⁹ Cm = 9,109 × 10⁻³¹ kg
a = m/s²
3.Gemiddeld
++8 µC++1 µCP30 cm

Een lading van +8 µC en een lading van +1 µC bevinden zich op 30 cm van elkaar. Punt P ligt op de lijn ertussen, op 18 cm van de eerste lading. Bereken de grootte van de elektrische veldsterkte E in P.

q1 = +8 µCq2 = +1 µCr1 = 18 cmr2 = 12 cm
E = N/C
4.Gemiddeld
++4 µC−−8 µCP60 cm

Een lading van +4 µC en een lading van −8 µC bevinden zich op 60 cm van elkaar. Punt P ligt op de lijn ertussen, op 45 cm van de eerste lading. Bereken de grootte van de elektrische veldsterkte E in P.

q1 = +4 µCq2 = −8 µCr1 = 45 cmr2 = 15 cm
E = N/C
5.Moeilijk
+ + + + + +− − − − − −e⁻1,5 × 10⁷ m/s2 cmE = 3400 N/C

Een elektron komt het homogene veld tussen twee evenwijdige platen binnen met 1,5 × 10⁷ m/s, evenwijdig aan de platen. De platen zijn 2 cm lang en het veld ertussen is 3400 N/C. Lading van het elektron 1,602 × 10⁻¹⁹ C, massa 9,109 × 10⁻³¹ kg; verwaarloos de zwaartekracht. Hoe ver y is het zijwaarts afgebogen als het de platen verlaat? Geef het antwoord in mm.

v₀ = 1,5 × 10⁷ m/sL = 2 cmE = 3400 N/Ce = 1,602 × 10⁻¹⁹ Cme = 9,109 × 10⁻³¹ kg
y = mm
6.Moeilijk
6 cm5 cm+q1​ = +1 µC+q3​ = +2 µC+q2​ = +2 µC

Drie positieve puntladingen bevinden zich op de hoekpunten van een rechthoekige driehoek: q₃ = 2 µC zit in het hoekpunt met de rechte hoek, q₁ = 1 µC zit 6 cm daarvandaan langs de ene rechthoekszijde en q₂ = 2 µC zit 5 cm daarvandaan langs de andere rechthoekszijde. Bereken de grootte van de resulterende elektrische kracht F op q₃.

q1 = 1 µCq2 = 2 µCq3 = 2 µCr13 = 6 cmr23 = 5 cm
F = N

Antwoordenblad

  1. 1. F = 399,6 N
  2. 2. a = 1,759 × 10¹⁴ m/s²
  3. 3. E = 1,595 × 10⁶ N/C
  4. 4. E = 3,374 × 10⁶ N/C
  5. 5. y = 0,5315 mm
  6. 6. F = 15,23 N

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.