Werkblad Wet van Coulomb en elektrische velden met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Wet van Coulomb en elektrische velden: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
+ + + + + +− − − − − −e⁻E = 3300 N/C

Een proton (lading 1,602 × 10⁻¹⁹ C, massa 1,673 × 10⁻²⁷ kg) bevindt zich in een homogeen elektrisch veld van 3300 N/C. Vind, zonder zwaartekracht, de grootte van de versnelling a.

E = 3300 N/C|q| = 1,602 × 10⁻¹⁹ Cm = 1,673 × 10⁻²⁷ kg
a = m/s²
2.Makkelijk
++10 µC−−3 µCr = 12 cm

Twee puntladingen van +10 µC en −3 µC bevinden zich op 12 cm van elkaar. Bereken de grootte van de elektrische kracht F tussen beide. Gebruik k = 8,99 × 10⁹ N·m²/C².

q1 = +10 µCq2 = −3 µCr = 12 cm
F = N
3.Gemiddeld
++2 µC−−1 µCP30 cm

Een lading van +2 µC en een lading van −1 µC bevinden zich op 30 cm van elkaar. Punt P ligt op de lijn ertussen, op 22,5 cm van de eerste lading. Bereken de grootte van de elektrische veldsterkte E in P.

q1 = +2 µCq2 = −1 µCr1 = 22,5 cmr2 = 7,5 cm
E = N/C
4.Gemiddeld
++8 µC++6 µCP30 cm

Een lading van +8 µC en een lading van +6 µC bevinden zich op 30 cm van elkaar. Punt P ligt op de lijn ertussen, op 15 cm van de eerste lading. Bereken de grootte van de elektrische veldsterkte E in P.

q1 = +8 µCq2 = +6 µCr1 = 15 cmr2 = 15 cm
E = N/C
5.Moeilijk
+ + + + + +− − − − − −e⁻3 × 10⁷ m/s8 cmE = 2900 N/C

Een elektron komt het homogene veld tussen twee evenwijdige platen binnen met 3 × 10⁷ m/s, evenwijdig aan de platen. De platen zijn 8 cm lang en het veld ertussen is 2900 N/C. Lading van het elektron 1,602 × 10⁻¹⁹ C, massa 9,109 × 10⁻³¹ kg; verwaarloos de zwaartekracht. Hoe ver y is het zijwaarts afgebogen als het de platen verlaat? Geef het antwoord in mm.

v₀ = 3 × 10⁷ m/sL = 8 cmE = 2900 N/Ce = 1,602 × 10⁻¹⁹ Cme = 9,109 × 10⁻³¹ kg
y = mm
6.Moeilijk
10 cm5 cm+q1​ = +4 µC+q3​ = +5 µC+q2​ = +3 µC

Drie positieve puntladingen bevinden zich op de hoekpunten van een rechthoekige driehoek: q₃ = 5 µC zit in het hoekpunt met de rechte hoek, q₁ = 4 µC zit 10 cm daarvandaan langs de ene rechthoekszijde en q₂ = 3 µC zit 5 cm daarvandaan langs de andere rechthoekszijde. Bereken de grootte van de resulterende elektrische kracht F op q₃.

q1 = 4 µCq2 = 3 µCq3 = 5 µCr13 = 10 cmr23 = 5 cm
F = N

Antwoordenblad

  1. 1. a = 3,16 × 10¹¹ m/s²
  2. 2. F = 18,73 N
  3. 3. E = 1,953 × 10⁶ N/C
  4. 4. E = 799111 N/C
  5. 5. y = 1,813 mm
  6. 6. F = 56,86 N

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.