Twee puntladingen van +8 µC en −6 µC bevinden zich op 10 cm van elkaar. Bereken de grootte van de elektrische kracht F tussen beide. Gebruik k = 8,99 × 10⁹ N·m²/C².
Werkblad Wet van Coulomb en elektrische velden met antwoorden
Een elektron (lading −1,602 × 10⁻¹⁹ C, massa 9,109 × 10⁻³¹ kg) bevindt zich in een homogeen elektrisch veld van 1000 N/C. Vind, zonder zwaartekracht, de grootte van de versnelling a.
Ladingen van +8 µC en +2 µC liggen 60 cm uit elkaar. Op welke afstand x van de lading van +8 µC, op de lijn ertussen, is het elektrische veld nul?
Ladingen van +6 µC en +8 µC liggen 100 cm uit elkaar. Op welke afstand x van de lading van +6 µC, op de lijn ertussen, is het elektrische veld nul?
Drie positieve puntladingen bevinden zich op de hoekpunten van een rechthoekige driehoek: q₃ = 3 µC zit in het hoekpunt met de rechte hoek, q₁ = 10 µC zit 3 cm daarvandaan langs de ene rechthoekszijde en q₂ = 1 µC zit 4 cm daarvandaan langs de andere rechthoekszijde. Bereken de grootte van de resulterende elektrische kracht F op q₃.
Drie positieve puntladingen bevinden zich op de hoekpunten van een rechthoekige driehoek: q₃ = 3 µC zit in het hoekpunt met de rechte hoek, q₁ = 5 µC zit 8 cm daarvandaan langs de ene rechthoekszijde en q₂ = 5 µC zit 3 cm daarvandaan langs de andere rechthoekszijde. Bereken de grootte van de resulterende elektrische kracht F op q₃.
Antwoordenblad
- 1. F = 43,15 N
- 2. a = 1,759 × 10¹⁴ m/s²
- 3. x = 40 cm
- 4. x = 46,41 cm
- 5. F = 300,1 N
- 6. F = 151,3 N
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.