Puntladingen van +4 µC en +6 µC oefenen een kracht van 0,5 N op elkaar uit. Hoe ver r liggen ze uit elkaar? Geef het antwoord in cm. Use k = 8,99 × 10⁹ N·m²/C².
Werkblad Wet van Coulomb en elektrische velden met antwoorden
Twee puntladingen van +2 µC en −1 µC bevinden zich op 3 cm van elkaar. Bereken de grootte van de elektrische kracht F tussen beide. Gebruik k = 8,99 × 10⁹ N·m²/C².
Een lading van +10 µC en een lading van +2 µC bevinden zich op 50 cm van elkaar. Punt P ligt op de lijn ertussen, op 25 cm van de eerste lading. Bereken de grootte van de elektrische veldsterkte E in P.
Ladingen van +8 µC en +5 µC liggen 60 cm uit elkaar. Op welke afstand x van de lading van +8 µC, op de lijn ertussen, is het elektrische veld nul?
Ladingen van +10 µC en −10 µC liggen 16 cm uit elkaar. Punt P ligt op 8 cm van het midden ertussen, op de middelloodlijn. Vind de grootte van de elektrische veldsterkte E in P. Use k = 8,99 × 10⁹ N·m²/C².
Twee identieke kleine balletjes, elk met een massa van 3 g, hangen aan hetzelfde punt aan isolerende draadjes van 60 cm lang. Ze krijgen gelijke ladingen en elk draadje komt tot rust onder 15° met de verticaal. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de lading q op elk balletje in nC. Use k = 8,99 × 10⁹ N·m²/C².
Antwoordenblad
- 1. r = 65,69 cm
- 2. F = 19,98 N
- 3. E = 1,151 × 10⁶ N/C
- 4. x = 33,51 cm
- 5. E = 9,933 × 10⁶ N/C
- 6. q = 290,9 nC
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.