Twee puntladingen van −3 µC en −1 µC bevinden zich op 12 cm van elkaar. Bereken de grootte van de elektrische kracht F tussen beide. Gebruik k = 8,99 × 10⁹ N·m²/C².
Werkblad Wet van Coulomb en elektrische velden met antwoorden
Een proton (lading 1,602 × 10⁻¹⁹ C, massa 1,673 × 10⁻²⁷ kg) bevindt zich in een homogeen elektrisch veld van 600 N/C. Vind, zonder zwaartekracht, de grootte van de versnelling a.
Twee identieke kleine metalen bolletjes hebben ladingen van +5 µC en +3 µC. Ze worden tegen elkaar aan gehouden en daarna weer op 50 cm van elkaar gezet. Vind de grootte van de kracht F tussen hen nu. Use k = 8,99 × 10⁹ N·m²/C².
Een lading van +3 µC en een lading van −1 µC bevinden zich op 50 cm van elkaar. Punt P ligt op de lijn ertussen, op 25 cm van de eerste lading. Bereken de grootte van de elektrische veldsterkte E in P.
Drie positieve puntladingen bevinden zich op de hoekpunten van een rechthoekige driehoek: q₃ = 8 µC zit in het hoekpunt met de rechte hoek, q₁ = 3 µC zit 3 cm daarvandaan langs de ene rechthoekszijde en q₂ = 8 µC zit 6 cm daarvandaan langs de andere rechthoekszijde. Bereken de grootte van de resulterende elektrische kracht F op q₃.
Twee identieke kleine balletjes, elk met een massa van 10 g, hangen aan hetzelfde punt aan isolerende draadjes van 30 cm lang. Ze krijgen gelijke ladingen en elk draadje komt tot rust onder 8° met de verticaal. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de lading q op elk balletje in nC. Use k = 8,99 × 10⁹ N·m²/C².
Antwoordenblad
- 1. F = 1,873 N
- 2. a = 5,745 × 10¹⁰ m/s²
- 3. F = 0,5754 N
- 4. E = 575360 N/C
- 5. F = 288,1 N
- 6. q = 103,4 nC
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.