Een elektron (lading −1,602 × 10⁻¹⁹ C, massa 9,109 × 10⁻³¹ kg) bevindt zich in een homogeen elektrisch veld van 600 N/C. Vind, zonder zwaartekracht, de grootte van de versnelling a.
Werkblad Wet van Coulomb en elektrische velden met antwoorden
Twee puntladingen stoten elkaar af met een kracht van 32 N. De eerste lading wordt vier keer zo groot gemaakt en de afstand tussen de ladingen wordt gehalveerd. Vind de nieuwe kracht F′.
Een lading van +6 µC en een lading van −1 µC bevinden zich op 30 cm van elkaar. Punt P ligt op de lijn ertussen, op 15 cm van de eerste lading. Bereken de grootte van de elektrische veldsterkte E in P.
Een lading van +8 µC en een lading van +3 µC bevinden zich op 30 cm van elkaar. Punt P ligt op de lijn ertussen, op 12 cm van de eerste lading. Bereken de grootte van de elektrische veldsterkte E in P.
Twee identieke kleine balletjes, elk met een massa van 3 g, hangen aan hetzelfde punt aan isolerende draadjes van 20 cm lang. Ze krijgen gelijke ladingen en elk draadje komt tot rust onder 15° met de verticaal. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de lading q op elk balletje in nC. Use k = 8,99 × 10⁹ N·m²/C².
Drie positieve puntladingen bevinden zich op de hoekpunten van een rechthoekige driehoek: q₃ = 5 µC zit in het hoekpunt met de rechte hoek, q₁ = 2 µC zit 8 cm daarvandaan langs de ene rechthoekszijde en q₂ = 2 µC zit 6 cm daarvandaan langs de andere rechthoekszijde. Bereken de grootte van de resulterende elektrische kracht F op q₃.
Antwoordenblad
- 1. a = 1,055 × 10¹⁴ m/s²
- 2. F′ = 512 N
- 3. E = 2,797 × 10⁶ N/C
- 4. E = 4,162 × 10⁶ N/C
- 5. q = 96,96 nC
- 6. F = 28,65 N
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.