Een gelijkstroommotor op een voeding van 110 V heeft een ankerweerstand van 0,5 Ω. Bij het huidige toerental is de tegen-EMK 102,5 V. Bepaal de ankerstroom Ia.
Werkblad Gelijkstroommotoren met antwoorden
Een gelijkstroommotor met permanente magneten heeft de koppelconstante k = 0,05 N·m/A. Bepaal het koppel T dat hij ontwikkelt bij een ankerstroom van 2 A.
Een gelijkstroommotor (k = 0,12 V·s/rad, Ra = 0,2 Ω) draait op 24 V. Bij vollast neemt hij 8 A op. Bepaal zijn toerentalregeling SR = (n₀ − nFL)/nFL in procent, als je de nullaststroom verwaarloost.
Een gelijkstroommotor (k = 0,75 V·s/rad, Ra = 0,2 Ω) draait op 48 V. Bij vollast neemt hij 30 A op. Bepaal zijn toerentalregeling SR = (n₀ − nFL)/nFL in procent, als je de nullaststroom verwaarloost.
Een gelijkstroommotor van 240 V heeft een ankerweerstand van 1,2 Ω. Bepaal de serie-aanloopweerstand Rst die de aanloopstroom beperkt tot 30 A.
Een gelijkstroomchopper voedt een motor (k = 0,8 V·s/rad, Ra = 0,8 Ω) uit een gelijkspanningsbus van 240 V. De gemiddelde ankerspanning is D·240 V. Bepaal de duty cycle D waarmee de motor draait op 600 rpm bij een last van 4,8 N·m.
Antwoordenblad
- 1. Ia = 15 A
- 2. T = 0,1 N·m
- 3. SR = 7,143 %
- 4. SR = 14,29 %
- 5. Rst = 6,8 Ω
- 6. D = 22,94 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.