Een gelijkstroommotor met k = 0,3 V·s/rad en een ankerweerstand van 2 Ω draait op 110 V en neemt 2 A op. Bepaal zijn toerental n in rpm.
Werkblad Gelijkstroommotoren met antwoorden
Een gelijkstroommotor met een ankerweerstand van 1,2 Ω wordt direct op een voeding van 220 V geschakeld. Zijn normale stroom bij vollast is 20 A. Bepaal de ankerstroom Istart op het moment van starten.
Een gelijkstroommotor (k = 0,75 V·s/rad, Ra = 1,5 Ω) draait op 220 V. Bij vollast neemt hij 5 A op. Bepaal zijn toerentalregeling SR = (n₀ − nFL)/nFL in procent, als je de nullaststroom verwaarloost.
Een gelijkstroommotor met k = 1,5 V·s/rad draait op 110 V. Bepaal zijn onbelaste toerental n0 in rpm, als je alle verliezen bij nullast verwaarloost.
Een gelijkstroommotor met k = 0,6 V·s/rad en Ra = 0,5 Ω moet een last van 12 N·m aandrijven bij 1000 rpm. Bepaal de ankerspanning V die hij nodig heeft.
Een gelijkstroommotor (k = 1 V·s/rad, Ra = 0,8 Ω) op een vaste voeding van 120 V drijft een last van 12 N·m aan. Bepaal de serieweerstand Rs die hem vertraagt tot 600 rpm.
Antwoordenblad
- 1. n = 3374 rpm
- 2. Istart = 183,3 A
- 3. SR = 3,529 %
- 4. n0 = 700,3 rpm
- 5. V = 72,83 V
- 6. Rs = 3,964 Ω
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.