Een gelijkstroommotor op een voeding van 110 V heeft een ankerweerstand van 0,4 Ω. Bij het huidige toerental is de tegen-EMK 104 V. Bepaal de ankerstroom Ia.
Werkblad Gelijkstroommotoren met antwoorden
Een gelijkstroommotor met een ankerweerstand van 2 Ω wordt direct op een voeding van 220 V geschakeld. Zijn normale stroom bij vollast is 6 A. Bepaal de ankerstroom Istart op het moment van starten.
Een gelijkstroommotor (k = 0,5 V·s/rad, Ra = 0,8 Ω) draait op 110 V. Bij vollast neemt hij 10 A op. Bepaal zijn toerentalregeling SR = (n₀ − nFL)/nFL in procent, als je de nullaststroom verwaarloost.
Een gelijkstroommotor met k = 0,4 N·m/A en Ra = 0,4 Ω is aangesloten op 120 V. Bepaal zijn blokkeerkoppel Tstall, het koppel bij toerental nul.
Een gelijkstroommotor (k = 0,12 V·s/rad, Ra = 0,8 Ω) op een vaste voeding van 48 V drijft een last van 0,6 N·m aan. Bepaal de serieweerstand Rs die hem vertraagt tot 750 rpm.
Een gelijkstroommotor van 48 V heeft een ankerweerstand van 1,5 Ω. Bepaal de serie-aanloopweerstand Rst die de aanloopstroom beperkt tot 10 A.
Antwoordenblad
- 1. Ia = 15 A
- 2. Istart = 110 A
- 3. SR = 7,843 %
- 4. Tstall = 120 N·m
- 5. Rs = 6,915 Ω
- 6. Rst = 3,3 Ω
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.