Een gelijkstroommotor met permanente magneten heeft de koppelconstante k = 1,5 N·m/A. Bepaal het koppel T dat hij ontwikkelt bij een ankerstroom van 30 A.
Werkblad Gelijkstroommotoren met antwoorden
Een gelijkstroommotor draait met 3000 rpm, en zijn tegen-EMK bij dat toerental is 228 V. Bepaal de motorconstante k in V·s/rad.
Een gelijkstroommotor (k = 2 V·s/rad, Ra = 1,5 Ω) draait op 220 V. Bij vollast neemt hij 5 A op. Bepaal zijn toerentalregeling SR = (n₀ − nFL)/nFL in procent, als je de nullaststroom verwaarloost.
Een gelijkstroommotor (k = 0,08 V·s/rad, Ra = 0,8 Ω) draait op 24 V. Bij vollast neemt hij 4 A op. Bepaal zijn toerentalregeling SR = (n₀ − nFL)/nFL in procent, als je de nullaststroom verwaarloost.
Een separaat bekrachtigde gelijkstroommotor (k = 0,75 V·s/rad bij vol veld, Ra = 1,5 Ω, V = 120 V) drijft een constant lastkoppel van 3,75 N·m aan. De veldflux wordt verlaagd tot 80 % van de volle waarde. Bepaal het nieuwe toerental n.
Een gelijkstroomchopper voedt een motor (k = 2 V·s/rad, Ra = 0,25 Ω) uit een gelijkspanningsbus van 240 V. De gemiddelde ankerspanning is D·240 V. Bepaal de duty cycle D waarmee de motor draait op 900 rpm bij een last van 80 N·m.
Antwoordenblad
- 1. T = 45 N·m
- 2. k = 0,7257 V·s/rad
- 3. SR = 3,529 %
- 4. SR = 15,38 %
- 5. n = 1761 rpm
- 6. D = 82,71 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.