Een gelijkstroommotor draait met 1450 rpm, en zijn tegen-EMK bij dat toerental is 45,6 V. Bepaal de motorconstante k in V·s/rad.
Werkblad Gelijkstroommotoren met antwoorden
Een gelijkstroommotor draait op een voeding van 240 V en neemt een ankerstroom van 15 A op. De ankerweerstand is 1,5 Ω. Bepaal de tegen-EMK E.
Een gelijkstroommotor (k = 2 V·s/rad, Ra = 0,25 Ω) draait op 240 V. Bij vollast neemt hij 40 A op. Bepaal zijn toerentalregeling SR = (n₀ − nFL)/nFL in procent, als je de nullaststroom verwaarloost.
Een gelijkstroommotor (k = 0,12 V·s/rad, Ra = 0,2 Ω) draait op 48 V. Bij vollast neemt hij 20 A op. Bepaal zijn toerentalregeling SR = (n₀ − nFL)/nFL in procent, als je de nullaststroom verwaarloost.
Een separaat bekrachtigde gelijkstroommotor op 120 V (Ra = 0,25 Ω) draait met 1800 rpm bij een ankerstroom van 50 A. De belasting verandert en de stroom wordt 25 A, terwijl het veld gelijk blijft. Bepaal het nieuwe toerental n2.
Een separaat bekrachtigde gelijkstroommotor op 240 V (Ra = 1 Ω) draait met 1000 rpm bij een ankerstroom van 10 A. De belasting verandert en de stroom wordt 5 A, terwijl het veld gelijk blijft. Bepaal het nieuwe toerental n2.
Antwoordenblad
- 1. k = 0,3003 V·s/rad
- 2. E = 217,5 V
- 3. SR = 4,348 %
- 4. SR = 9,091 %
- 5. n2 = 1905 rpm
- 6. n2 = 1022 rpm
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.