Een gelijkspanningsbron van 15 V stuurt stroom door een weerstand van 220 Ω in serie met een siliciumdiode in doorlaatrichting. Gebruik het model met constante spanningsval, 0,7 V per geleidende diode. Vind de stroom I in mA.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een geel led met een doorlaatspanning van 2,1 V werkt op een voeding van 5 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 25 mA instelt.
Een NPN-transistor met β = 150 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 15 V: R₁ = 47 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 10 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 2,2 kΩ en de emitterweerstand is RE = 680 Ω. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collectorstroom IC in mA.
3 groen leds (doorlaatspanning 2,2 V per stuk) staan in serie met een weerstand op een voeding van 12 V. Bepaal de weerstand R die de stroom op 15 mA instelt.
Een diode wordt gemodelleerd als 0,65 V in serie met 50 Ω (hij geleidt boven 0,65 V). Hij staat in serie met een weerstand van 1000 Ω over een voeding van 5 V. Bepaal de werkpuntstroom ID waar de diodelijn de belastinglijn snijdt.
Een diode wordt gemodelleerd als 0,7 V in serie met 25 Ω (hij geleidt boven 0,7 V). Hij staat in serie met een weerstand van 150 Ω over een voeding van 5 V. Bepaal de werkpuntstroom ID waar de diodelijn de belastinglijn snijdt.
Antwoordenblad
- 1. I = 65 mA
- 2. R = 116 Ω
- 3. IC = 2,612 mA
- 4. R = 360 Ω
- 5. ID = 4,143 mA
- 6. ID = 24,57 mA
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.