Een groen led met een doorlaatspanning van 2,2 V werkt op een voeding van 24 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 20 mA instelt.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een zenerdiode van 6,2 V wordt gevoed uit 9 V via een weerstand van 270 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
2 wit leds (doorlaatspanning 3 V per stuk) staan in serie met een weerstand op een voeding van 24 V. Bepaal de weerstand R die de stroom op 25 mA instelt.
Een zenerstabilisator van 9,1 V wordt gevoed uit 18 V via 150 Ω en voedt een belasting van 1000 Ω. Bepaal de zenerstroom IZ.
Een NPN-transistor met β = 200 schakelt een belastingsweerstand van 680 Ω, aangesloten tussen VCC = 9 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB = 1 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de collectorstroom IC in mA als de ingang hoog is. Bepaal eerst of de transistor verzadigd is.
Een zenerstabilisator van 3,3 V heeft een serieweerstand van 470 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 28 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Antwoordenblad
- 1. R = 1090 Ω
- 2. IR = 10,37 mA
- 3. R = 720 Ω
- 4. IZ = 50,23 mA
- 5. IC = 12,94 mA
- 6. PZ,max = 173,4 mW
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.