Een zenerdiode van 3,3 V wordt gevoed uit 9 V via een weerstand van 470 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een zenerdiode van 5,1 V wordt gevoed uit 9 V via een weerstand van 330 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Een NPN-transistor met β = 75 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 560 kΩ vanaf de voeding VCC = 15 V. De collectorweerstand is RC = 4,7 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een zenerstabilisator van 9,1 V wordt gevoed uit 24 V via 150 Ω en voedt een belasting van 3300 Ω. Bepaal de zenerstroom IZ.
Een NPN-transistor met β = 150 schakelt een belastingsweerstand van 680 Ω, aangesloten tussen VCC = 9 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de grootste basisweerstand RB, in kΩ, die de transistor nog net in verzadiging stuurt.
Een zenerstabilisator van 6,2 V heeft een serieweerstand van 270 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 28 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Antwoordenblad
- 1. IR = 12,13 mA
- 2. IR = 11,82 mA
- 3. VCE = 5,999 V
- 4. IZ = 96,58 mA
- 5. RB = 49,84 kΩ
- 6. PZ,max = 500,6 mW
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.