Een rood led met een doorlaatspanning van 2 V werkt op een voeding van 24 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 15 mA instelt.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een gelijkspanningsbron van 12 V stuurt stroom door een weerstand van 1 kΩ in serie met twee siliciumdiodes in doorlaatrichting. Gebruik het model met constante spanningsval, 0,7 V per geleidende diode. Vind de stroom I in mA.
Een NPN-transistor met β = 80 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 220 kΩ vanaf de voeding VCC = 10 V. De collectorweerstand is RC = 1,2 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collector-emitterspanning VCE.
2 rood leds (doorlaatspanning 2 V per stuk) staan in serie met een weerstand op een voeding van 24 V. Bepaal de weerstand R die de stroom op 20 mA instelt.
Een diode wordt gemodelleerd als 0,65 V in serie met 10 Ω (hij geleidt boven 0,65 V). Hij staat in serie met een weerstand van 330 Ω over een voeding van 5 V. Bepaal de werkpuntstroom ID waar de diodelijn de belastinglijn snijdt.
Een NPN-transistor met β = 200 schakelt een belastingsweerstand van 220 Ω, aangesloten tussen VCC = 24 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Ontwerp voor betrouwbaar schakelen met een basisstroom die 5 keer zo groot is als het minimum voor verzadiging. Vind RB in kΩ.
Antwoordenblad
- 1. R = 1467 Ω
- 2. I = 10,6 mA
- 3. VCE = 5,942 V
- 4. R = 1000 Ω
- 5. ID = 12,79 mA
- 6. RB = 1,59 kΩ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.