Een zenerdiode van 5,1 V wordt gevoed uit 9 V via een weerstand van 680 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een zenerdiode van 9,1 V wordt gevoed uit 24 V via een weerstand van 150 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Een zenerstabilisator van 6,2 V wordt gevoed uit 12 V via 270 Ω en voedt een belasting van 3300 Ω. Bepaal de zenerstroom IZ.
Een zenerstabilisator van 5,6 V wordt gevoed uit 24 V via 270 Ω en voedt een belasting van 2200 Ω. Bepaal de zenerstroom IZ.
Een NPN-transistor met β = 200 schakelt een belastingsweerstand van 330 Ω, aangesloten tussen VCC = 5 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 3,3 V via een basisweerstand RB = 1 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de collectorstroom IC in mA als de ingang hoog is. Bepaal eerst of de transistor verzadigd is.
Een zenerstabilisator van 5,1 V moet tot 40 mA aan een belasting leveren. De ingangsspanning kan dalen tot 15 V, en de zenerdiode heeft minstens 5 mA nodig om te stabiliseren. Bepaal de grootste serieweerstand Rmax waarbij hij blijft stabiliseren.
Antwoordenblad
- 1. IR = 5,735 mA
- 2. IR = 99,33 mA
- 3. IZ = 19,6 mA
- 4. IZ = 65,6 mA
- 5. IC = 14,55 mA
- 6. Rmax = 220 Ω
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.